MMIP 5

Elektrificatie van het energiesysteem in de gebouwde omgeving

In het Klimaatakkoord dat het kabinet in 2018 heeft opgesteld, zijn meerdere tussendoelen voor 2030 geformuleerd. Een van die tussendoelen is dat het energiesysteem in de gebouwde omgeving faciliteert dat minimaal 20% van het lokale energiegebruik binnen de gebouwde omgeving duurzaam wordt opgewekt (inclusief elektrische voertuigen en exclusief restwarmte). Dit MMIP draagt bij aan dit tussendoel. Ook draagt dit programma bij aan missie B in het Klimaatakkoord, namelijk een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050.

In MMIP 5 ligt de nadruk op de elektriciteitsvoorziening in de gebouwde omgeving. Dit elektriciteitssysteem komt door de energietransitie langzaam maar zeker onder druk te staan. Er zijn systeeminnovaties nodig om de gedistribueerde opwekking van elektriciteit te faciliteren, om pieken en dalen af te vlakken, om vraag en aanbod beter met elkaar in evenwicht te brengen en om slimmer om te gaan met elektriciteit en via conversie met andere energiedragers en -infrastructuren te verbinden. Zonder systeeminnovaties zal de energietransitie tegen grenzen oplopen, zoals de fysieke en financiële grenzen van netuitbreiding, grenzen aan de leveringszekerheid en aan de betaalbaarheid van het elektriciteitssysteem.

Verschillende systeeminnovaties tekenen zich af bij en in gebouwen, bij elektrische laadinfrastructuur, bij de opwek, opslag en conversie van duurzame elektriciteit, bij het combineren van vraag en aanbod van energie op gebiedsniveau en bij het aanbieden van flexibiliteit aan het grotere energiesysteem. Een virtuele infrastructuur verbindt de fysieke infrastructuur met intelligente producten en diensten en maakt (lokale) systeemintegratie en flexibiliteitsopties mogelijk die nodig zijn voor een betrouwbare, efficiënte, betaalbare, slimme en maatschappelijk gedragen elektriciteitsvoorziening.

Het is mogelijk om een betaalbare en duurzame energievoorziening te realiseren, door systematisch de lokale situatie te optimaliseren en daarvoor keuzes te maken die ook op regionaal of nationaal niveau zinvol zijn. De gebouwde omgeving is onderdeel van het (inter)nationale elektriciteitssysteem en moet daarmee ook flexibel energie kunnen uitwisselen. Voor een uitleg over de werking en het belang van flexibiliteit, zie bijlage 1.

De energietransitie brengt een verandering teweeg in de wijze waarop het energiesysteem is georganiseerd en de baten en lasten van de energietransitie in de gebouwde omgeving vorm krijgen. Het nieuwe energiesysteem zal organisatorisch en institutioneel een meer bottom-up karakter krijgen, waarbij eindgebruikers de mogelijkheid krijgen om een actievere rol te spelen in het energiesysteem. Innovatieve oplossingen werken alleen wanneer deze worden gedragen en geaccepteerd door gebruikers. De energietransitie vraagt om nieuwe oplossingsrichtingen en afsprakenstelsels om tot een eerlijke verdeling van baten en lasten van de energietransitie te komen, met aandacht voor de rechten en plichten van verschillende actoren. Ook brede aandacht voor de soms (ogenschijnlijk) tegengestelde belangen en rollen van stakeholders is nodig, waarbij verder wordt gekeken dan de huidige wet- en regelgeving.

Dit meerjarige missiegedreven innovatieprogramma (MMIP) werkt aan drie doelstellingen:

  1. Opschaalbare oplossingen voor het faciliteren van een betrouwbaar, efficiënt, betaalbaar, slim, integraal en maatschappelijk gedragen systeem van opwek, opslag, conversie, transport en gebruik van elektriciteit in de gebouwde omgeving, met aandacht voor de lokale context, andere energiedragers in de gebouwde omgeving en de verbinding met het (inter)nationale energiesysteem.
  2. Oplossingen die eindgebruikers in staat stellen zelf vorm te geven aan en in te grijpen op de wijze waarop zij duurzaam voorzien in de eigen energiebehoefte, rekening houdend met de context van het (lokale) energiesysteem.
  3. Het realiseren van de flexibele elektriciteitscapaciteit van en voor de gebouwde omgeving die in 2030 nodig zal zijn (inclusief elektriciteitsvraag voor transport in de gebouwde omgeving).

Er wordt vanuit verschillende routes aan deze doelstellingen gewerkt. Bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor oplossingen gericht op de fysieke elektriciteitsinfrastructuur, maar ook door de eindgebruikers te laten participeren in het energiesysteem en zo te laten bijdragen aan de efficiëntie en betrouwbaarheid van het systeem. Er zijn vier deelprogramma’s geformuleerd. Elk deelprogramma werkt aan de drie bovenstaande doelstellingen, met aandacht voor zowel technologische als sociale en institutionele innovatie. De deelprogramma’s zijn:

5.1   Slim energiegebruik in/tussen gebouwen en haar gebruikers

5.2   Flexibiliteit van/voor het energiesysteem (in de gebouwde omgeving)

5.3   Systeemontwerp voor het elektriciteitssysteem in de gebouwde omgeving

5.4   Lokale flexibiliteit ten behoeve van het totale elektriciteitssysteem

Het MMIP is geen subsidieregeling met een eigen budget. Verschillende subsidieregelingen zullen gezamenlijk een bijdrage leveren aan het MMIP door innovaties in een deel van de innovatieketen een stapje verder te helpen.

De verschillende kennis- en innovatievraagstukken in elk deelprogramma zijn gekozen vanwege hun beoogde impact op het bereiken van de missie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in verschillende ontwikkelfasen. Voor het realiseren van de (tussen)doelen voor 2030 uit het Klimaatakkoord zullen we in dit MMIP vooral de kennis en innovaties moeten ontwikkelen die al voorbij de laagste technology readiness levels (TRL’s) zijn, oftewel die al verder in hun ontwikkeling zijn. We moeten doorbouwen op de kennis die al is opgedaan en ontwikkelingen die al zijn gestart. Tegelijkertijd zijn geheel nieuwe innovaties op fundamenteel niveau van belang om invulling te geven aan de missies voor 2050.

Download hier het volledige MMIP 5-programma (11 september 2019) (pdf opent in nieuw venster)

Uw TKI Urban Energy-adviseur

Maarten de Vries, programmamanager smart energy systems, MMIP 5