MMIP 5

MMIP5

Elektrificatie van het energiesysteem in de gebouwde omgeving

Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. Voor deze opgave is kennis en innovatie nodig, welke wordt beschreven in dertien Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP’s). MMIP 5 draagt bij aan missie B van het Klimaatakkoord (een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050) en de tussendoelen die voor 2030 geformuleerd zijn. Het meest relevante tussendoel is dat het energiesysteem in de gebouwde omgeving faciliteert dat minimaal 20% van het lokale energiegebruik binnen de gebouwde omgeving duurzaam wordt opgewekt.

In MMIP 5 ligt de nadruk op de elektriciteitsvoorziening in de gebouwde omgeving. Het elektriciteitssysteem komt door de energietransitie langzaam maar zeker onder druk te staan. Er zijn systeeminnovaties nodig om de gedistribueerde opwekking van elektriciteit te faciliteren, om pieken en dalen af te vlakken, om vraag en aanbod beter met elkaar in evenwicht te brengen en om slimmer om te gaan met elektriciteit en via conversie met andere energiedragers en -infrastructuren te verbinden. Zonder systeeminnovaties zal de energietransitie tegen grenzen oplopen, zoals de fysieke en financiële grenzen van netuitbreiding, grenzen aan de leveringszekerheid en aan de betaalbaarheid van het elektriciteitssysteem.

Het is mogelijk om een betaalbare en duurzame energievoorziening te realiseren, door systematisch de lokale situatie te optimaliseren en daar keuzes te maken die ook regionaal en nationaal zinvol zijn. De gebouwde omgeving is onderdeel van het (inter)nationale elektriciteitssysteem en moet daarmee flexibel elektriciteit kunnen uitwisselen.

Verschillende systeeminnovaties tekenen zich af bij en in gebouwen, bij elektrische laadinfrastructuur, bij de opwek, opslag en conversie van duurzame elektriciteit, bij het combineren van vraag en aanbod van elektriciteit op gebiedsniveau en bij het aanbieden van flexibiliteit aan het grotere elektriciteitssysteem. Een virtuele infrastructuur verbindt de fysieke infrastructuur met intelligente producten en diensten en maakt (lokale) systeemintegratie en flexibiliteitsopties mogelijk die nodig zijn voor een betrouwbare, efficiënte, betaalbare, slimme en maatschappelijk gedragen elektriciteitsvoorziening.

De energietransitie brengt een verandering teweeg in de wijze waarop het energiesysteem is georganiseerd en de baten en lasten van de energietransitie in de gebouwde omgeving vorm krijgen. Brede aandacht voor de soms (ogenschijnlijk) tegengestelde belangen en rollen van stakeholders is nodig, waarbij verder wordt gekeken dan de huidige wet- en regelgeving. Het nieuwe energiesysteem zal organisatorisch en institutioneel een meer bottom-up karakter krijgen, waarbij eindgebruikers de mogelijkheid krijgen om een actievere rol te spelen in het energiesysteem. Innovatieve oplossingen werken alleen wanneer deze worden gedragen en geaccepteerd door gebruikers.

Het MMIP is geen subsidieregeling met een eigen budget. Verschillende subsidieregelingen zullen gezamenlijk een bijdrage leveren aan het MMIP door innovaties in een deel van de innovatieketen een stap verder te helpen. Dit MMIP biedt handvatten om met focus te werken aan die innovatiethema’s die nodig zijn om de tussendoelen uit het Klimaatakkoord mogelijk te maken.

Doelstellingen

Dit MMIP werkt aan drie doelstellingen:

  • Opschaalbare oplossingen voor het faciliteren van een betrouwbaar, efficiënt, betaalbaar, slim, integraal en maatschappelijk gedragen systeem van opwek, opslag, conversie, transport en gebruik van elektriciteit in de gebouwde omgeving, met aandacht voor de lokale context, andere energiedragers in de gebouwde omgeving en de verbinding met het (inter)nationale energiesysteem;
  • Oplossingen die eindgebruikers in staat stellen zelf vorm te geven aan en in te grijpen op de wijze waarop zij duurzaam voorzien in de eigen energiebehoefte, rekening houdend met de context van het (lokale) energiesysteem;
  • Het realiseren van de flexibele elektriciteitscapaciteit van en voor de gebouwde omgeving die in 2030 nodig zal zijn (inclusief elektriciteitsvraag voor transport in de gebouwde omgeving).

Er wordt vanuit verschillende routes aan deze doelstellingen gewerkt. Daarvoor zijn vier deelprogramma’s geformuleerd. De deelprogramma’s zijn:

5.1 Elektrificatie op gebouwniveau

5.2 Elektrificatie op gebiedsniveau

5.3 Marktmechanismen voor flexibiliteit uit de gebouwde omgeving

5.4 Elektrische infrastructuur in de gebouwde omgeving

Download hier het volledige MMIP 5-programma (3 februari 2021) (pdf opent in nieuw venster)

Uw TKI Urban Energy-adviseur

Maarten de Vries, programmamanager smart energy systems, MMIP 5