MMIP 4

MMIP4

Duurzame warmte en koude in de gebouwde omgeving (inclusief glastuinbouw)

Dit MMIP draagt bij aan de missie: een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050. De gebouwde omgeving bestaat uit woningbouw, utiliteitsbouw en glastuinbouw. De missie binnen dit MMIP is gericht op de ontwikkeling van een aantrekkelijk alternatief voor aardgas, met als tussendoelen in 2030:

  • Gestaag het tempo van de verduurzaming opvoeren tot 200.000 bestaande woningen per jaar;
  • 1,5 miljoen bestaande woningen aardgasvrij;
  • 15% van de utiliteitsbouw en het maatschappelijk vastgoed aardgasvrij;
  • verduurzaming van de warmtevraag in de glastuinbouw door geothermie, seizoensopopslag en lagetemperatuurbronnen (1 Mton CO2-besparing in 2030);
  • Dat minimaal 20% van het lokale energiegebruik binnen de gebouwde omgeving duurzaam opgewekt wordt (in samenwerking met MMIP 2, 3 en 5.

Deze doelen moeten samen een CO2-besparing van 3,5 Mton in 2030 mogelijk maken. In 2050 moet de gebouwde omgeving volledig CO2-vrij zijn en geen gebruik meer maken van fossiele brandstoffen voor het verwarmen van gebouwen.

Relatie met klimaatakkoord

De Sectortafel Gebouwde Omgeving heeft bijgedragen aan de hoofdlijnen van Het Klimaatakkoord, en heeft daarbij veel aandacht voor de opgave om een CO2-neutrale gebouwde omgeving te realiseren. Het grootste deel van het energiegebruik in de gebouwde omgeving is warmte; momenteel ongeveer 40% van de energievraag. De grootste uitdaging binnen deze missie is dan ook om de warmtevraag te verduurzamen. Er zijn meerdere routes om dit doel te realiseren:

  • Renovatieconcepten gebaseerd op vergaande isolatie in combinatie met elektrificatie, door middel van compacte warmtepompen, ventilatiesystemen en compacte warmteopslag. Dit word beschouwt als een individuele manier van duurzaam verwarmen;
  • De ontwikkeling van collectieve warmtenetten met duurzame warmtebronnen zoals geothermie, biomassa en lagetemperatuurbronnen in combinatie met seizoensopslag van warmte;
  • Verschillende combinaties van individuele en collectieve warmteoplossingen met zowel (zeer) lage temperatuur warmtenetten als gebouwgebonden warmtevoorzieningen en/of warmteopslag.

MMIP 3 draagt bij aan de industrialisatie en opschaling van renovatieconcepten. MMIP 4 richt zich op de ontwikkeling van individuele warmteproductie- en opslagsystemen en op grootschalige collectieve warmtenetten in combinatie met duurzame bronnen en grootschalige opslag van warmte.

Dit programma heeft als doel om een competitief en aantrekkelijk aardgasvrij aanbod op te schalen voor eindgebruikers in de woningbouw, utiliteitsbouw en glastuinbouw te ontwikkelen. Dit aanbod bestaat onder meer uit de ontwikkeling van een nieuwe generatie apparaten en systemen voor verwarmen en koelen en voor warm tapwater in de bestaande bouw. Die systemen moeten qua omvang, comfort (geluid, thermisch), inpasbaarheid en betaalbaarheid zodanig afgestemd zijn op de gebruikers, dat zij tijdig de eigen verwarming overzetten naar aardgasvrij. Ook moeten ze in onderlinge samenhang met renovatieconcepten worden ontwikkeld. Warmtepompen zijn belangrijk in gebieden die inzetten op elektrificatie. Ze leveren ruimteverwarming en tapwater in combinatie met collectieve lagetemperatuurbronnen en dragen (in de hybride varianten) bij aan de transitie naar duurzame warmte.

Naast deze individuele oplossingsrichting richt MMIP4 zich ook op het ontwikkelen van een aantrekkelijk aardgasvrij aanbod voor collectieve warmte systemen op wijk- en regionaal niveau. Deze collectieve oplossingen zijn vooral noodzakelijk voor woningen in (binnen)stedelijk gebied, in de utiliteitsbouw en glastuinbouw. Ook bij deze collectieve warmtesystemen is grootschalige warmteopslag noodzakelijk om een mismatch tussen beschikbaarheid van warmte en de vraag ernaar te overbruggen op korte en lange termijn. Ook is opslag en buffering van warmte belangrijk om de dimensionering, de kosten en het ruimtegebruik van netten en installaties te beperken, en om efficiënter gebruik te maken van het opgesteld vermogen en om pieken in de warmtevraag op te vangen. Voor sommige gebouwen en (binnen)stedelijke gebieden is de ontwikkeling van (zeer) lage temperatuur warmtenetten of bronnetten relevant. Sommige strategieën zien een combinatie van zowel individuele en collectieve warmteoplossingen. Denk aan warmtenetten die een basis behoefte aan warmte leveren en/of als bron functioneren voor (booster)warmtepompen die de piekvraag en/of tapwater leveren. Van belang is het ontwikkelen van integrale systeemoplossingen.

Het ontsluiten van nieuwe, duurzame warmtebronnen is nodig om de sterk groeiende vraag naar duurzame warmte in te vullen. MMIP 4 richt zich vooral op geothermie, lagetemperatuurbronnen zoals aquathermie, zon-thermische systemen en duurzame vormen van restwarmte zoals datacentra. Het ontwikkelen van meerdere type warmtebronnen met een verscheidenheid aan temperatuurniveaus, vraagt om nieuwe inzichten in het ontwerp van het warmtesysteem en om het slim aansturen van vraag, aanbod en opslag. Om te kunnen werken bij lage temperaturen, wordt een afweging gemaakt over de hele keten. Er zullen optima gezocht moeten worden tussen bijvoorbeeld het isoleren van woningen en het temperatuurregime in een warmtenet. De innovaties zijn bovendien zowel sociaal als technisch sterk onderling verbonden.

Download hier het volledige MMIP 4-programma (1 september 2020) (pdf opent in nieuw venster)

Uw TKI Urban Energy-adviseur

Robert Jan van Egmond, programmamanager duurzame warmte&koude, MMIP 4