MMIP 3

Versnelling energierenovaties in de gebouwde omgeving

Missie
Dit MMIP draagt bij aan de missie ‘Een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050’, met als tussendoel in 2030: 200.000 bestaande woningen/jaar van het aardgas af (dat zijn 1,5 miljoen woningen) en 15 procent van de utiliteitsgebouwen en maatschappelijk vastgoed aardgasvrij maken).

Wat beoogt dit MMIP?
In dit programma worden innovaties ontwikkeld waaruit nieuwe energieconcepten voor de bouw- en installatiebranche ontstaan met een aanzienlijk lagere kostprijs dan de concepten die op dit moment op de markt beschikbaar zijn. Dit is nodig om vanaf 2025 met 200.000 energierenovaties per jaar de gebouwde omgeving in 2050 kosteneffectief aardgasvrij te maken. Voor stevig draagvlak bij bewoners en gebruikers zullen de resultaten dienen bij te dragen aan het terugdringen van overlast voor bewoners en aan het verbeteren van comfort en gebruikersgemak. Deze innovaties zijn mede gericht op de industrialisatie (mogelijk robotisering) van de productie-, (ver)bouw- en installatieprocessen, en behelzen radicale wijzigingen in de waardeketen om de gewenste versnelling van energietransitie in de gebouwde omgeving te bewerkstelligen. Het vraagt om samenwerking tussen onder andere partijen die de wensen van gebruikers kunnen vertalen in productspecificaties, de bouw- en installatiesector, de toeleveringsindustrie en deskundigen die bij kunnen dragen aan het vormgeven van brede gebruikersacceptatie. Dit MMIP draagt bij aan een snelle groei van de uitvoeringscapaciteit die nodig is om de ‘grote verbouwing van Nederland’ voor 2050 te kunnen afronden.

Doelstelling van dit MMIP
Gebouwen geschikt maken voor een transitie naar aardgasvrije verwarmingsvoorzieningen door onder andere elektrificatie, inzet van zonne-energie, en lage/midden temperatuur warmtenetten. Innovaties in producten, in diensten én in productie maken dit renovatieproces:

  • Aantrekkelijker en goedkoper: aansluiten bij belangen van mensen, zowel particulieren als professionals, waaronder betaalbaarheid (uiteindelijk energierenovatie betaalbaar vanuit energiebesparing, circa 20-40 procent kostenreductie); 
  • Sneller uitvoerbaar: snelheid op de bouwplaats en aanzienlijke verhoging van de arbeidsproductiviteit en een vertienvoudiging van productie per jaar per productielijn met behulp van opvolgende, nieuwe generaties industrialisatie van bouwelementen en geïntegreerde oplossingen.

Deelprogramma’s en fasering innovatietraject
Om de doelstellingen van dit MMIP te realiseren is, naast innovatieopgaven, ook aandacht nodig voor:

  • Opleiding en scholing;
  • Monitoring en evaluatie op kwaliteit en effectiviteit/ prestatiegerichte normen en verfijning normeringsmethoden;
  • Enthousiasmeren van eigenaren, bewoners en gebruikers (onder andere gedeeld eigenaarschap);
  • De rol van lokale initiatieven en vormen om daarop te anticiperen.

Samenwerking met relevante partijen (zoals BTIC en TKI Urban Energy) zal gericht moeten zijn op deze flankerende onderwerpen.

Opeenvolgende product- en systeemgeneraties van concepten en productielijnen zullen, naast nieuwe innovaties, ook telkens het productievolume moeten laten groeien. Deze aanpak beoogt dat, gekoppeld aan een toenemende vraag (zie Klimaatakkoord-startmotor et cetera), ook de investeringen in productielijnen zullen toenemen en tegelijkertijd de kosten per afgeleverd product zullen dalen.

3.1 Energieconcepten (incl. optimalisatie in de keten)

3.2 Robotisering, digitalisering en integratie van installatietechniek in bouwelementen

3.3 Enthousiasme van gebouweigenaren voor energierenovatie

Positionering van dit MMIP

Sector(en)
Intensievere samenwerking tussen bouw- en installatiesector, toeleveringsindustrie, maakindustrie en ICT, deskundigen van gebruikersperspectief en onder andere de energiesector, is nodig voor het verhogen van de snelheid en het verlagen van de kosten van (ver)bouwprocessen en tegelijkertijd voor het voorkomen dat kosten, doorlooptijd en ruimtebeslag elders in het systeem onhaalbaar worden.

Sterktes en zwaktes kennispositie en positie bedrijfsleven
Kennispartijen en marktpartijen in de bouw organiseren zich beter (in verschillende eco-systemen zoals het BTIC, Stroomversnelling, etc.) waardoor bundeling van kennis en middelen mogelijk wordt. De afstand tussen kennis en praktijk wordt verkleind door R&D in lokale innovatiehubs, zoals Greenvillage en industrialisatiecampus Noord-Nederland. De structuur van de bouwsector, vaak gekenmerkt door de ‘varkenscyclus’, werkt investering in innovatie en industrialisatie tegen. Desondanks zijn koploperbedrijven gestart met industrialisatie, inclusief vernieuwende samenwerkingsvormen.

Samenhang met (bestaande) nationale en internationale agenda’s
De innovaties uit dit MMIP zijn nodig voor het tijdig energetisch renoveren van de bestaande gebouwvoorraad zoals voorzien in het regeerakkoord en klimaatakkoord en sluiten aan bij de behoefte aan kwaliteitsverbetering en productiviteitsverhoging in de Bouwagenda. Er zal aansluiting zijn bij lopende programma’s zoals Aardgasvrije Wijken (BZK) en de Startmotor. Daarnaast vindt samenwerking in Europese R&D-programma’s (Horizon) plaats.

Strategie internationaal
Integratie en industrieel fabriceren van renovatie aanbod staat nog aan het begin en is ook in het buitenland nog niet gangbaar. De aanpak van Energiesprong/Stroomversnelling wordt internationaal verspreid en leidt tot kansen voor (nog) grotere volumes, in eerste instantie voor inkoop resp. verkoop van componenten/materialen. Ervaringen vertalen zich in opvolgende generaties van productieprocessen en systeemconcepten.

Innovatiesysteem en consortiumvorming
Betere afstemming, standaardisatie en nieuwe productiemethoden vragen een majeure verandering voor mensen binnen de gehele sector, zowel aan de aanbod- als vraagkant. Koplopers gaan daarvoor al nieuwe samenwerkingen aan. De innovaties moeten gesteund worden door een maatschappelijke context die mensen zekerheid, garanties, bewegingsruimte en houvast biedt om deze verandering aan te gaan. Voor de volgende stap in industrialisatie naar meer volume en procesherontwerp nemen investeringen maar ook de risico’s toe. Om commitment en versnelling hoog te houden is behoefte aan het beperken en/of delen van risico’s. Continuïteit in vraagvolume, keteninnovatie en financiële arrangementen zijn hier randvoorwaardelijke onderdelen in. Garantieregelingen voor het wegnemen van (perceptie van) risico’s spelen daarbij een belangrijke rol. Nieuwe subsidieregelingen zullen ruimte moeten bieden voor inzet van innovaties en daarmee flexibiliteit en snelheid bevorderen. Uitvoering van het Klimaatakkoord schept voorwaarden en een sterke thuismarkt en biedt mede door uitvoering van dit MMIP op termijn exportkansen.

Uw TKI Urban Energy-adviseur

Rogier Groeneveld, programmamanager versnelling energierenovaties MMIP 3
 

Bron: Innoveren met een missie - Integrale kennis- en innovatieagenda voor klimaat en energie