Sessies Werkconferentie 2018 deel 1

Table of contents
Mensen in gesprek tijdens een bijeenkomst

Op deze pagina vindt u een overzicht van verschillende werksessies van de Werkconferentie Topsector Energie 2018.

1. Werksessie ‘Hollands Next Energy Elon’

Bastiaan Terhorst is ondernemer bij Start Up Mix, een organisatie die young professionals begeleidt bij de transitie naar een circulaire economie. Hij vertelt over ‘Hollands Next Energy Elon’, zijn sessie op de Werkconferentie Topsector Energie 2018.

Waar ging uw sessie over?

‘Ons doel was om start-ups in contact te brengen met conferentiedeelnemers. Veel van deze deelnemers hebben kennis, ervaring én een groot netwerk: waardevolle dingen voor start-ups. Vaak zijn dit jonge ondernemers die goede ideeën hebben, maar nog vakkennis en ervaring missen. Ze zitten dus met veel vragen. We hadden vier beginnende bedrijven uitgenodigd, die alle op hun eigen manier een bijdrage leveren aan de energietransitie – bijvoorbeeld door met behulp van nieuwe technologie energie te wekken uit citroenschillen. Aan de hand van hun businessmodel legden ze concrete vraagstukken voor aan deelnemers, die graag hun visie deelden.’

Wat waren de belangrijkste uitkomsten?

‘De start-ups kregen veel tips en aanbevelingen. Ook zagen we waardevolle contacten tot stand komen. Bijvoorbeeld bij een start-up die gespecialiseerd is in de ontwikkeling van micro-elektronica voor zonnepanelen. Deze innovatieve techniek vergroot de efficiëntie van zonnepanelen sterk – soms wel met 34 procent. De oprichter vertelde over de uitdagingen waarmee hij dagelijks te maken heeft. Een beursdeelnemer die al lang actief is in de energiesector kwam niet alleen met advies, maar beloofde ter plekke om met de start-up samen te werken. Mooi om direct concreet resultaat te zien!’

2. Werksessie ‘De rol van energietransitiemodellen bij systeemintegratie’

‘De rol van energietransitiemodellen bij systeemintegratie’. Onder die titel organiseerde de Topsector Energie een workshop op de Werkconferentie Topsector Energie 2018. De workshop werd begeleid door Eppe Luken, als verandermanager Duurzaamheid betrokken bij het thema Systeemintegratie van de Topsector Energie.

Waar ging uw sessie over?

‘Over de rol van energietransitiemodellen bij het maken van energieplannen, met name op regionaal niveau’. Om transities tot een succes te maken, is het belangrijk om je te realiseren dat we allemaal onderdeel zijn van hetzelfde energiesysteem, vandaar het begrip ‘systeemintegratie’. Je moet dus samenwerken op optimale oplossingen te vinden. De workshop illustreerde dat door op regionaal niveau een ‘klimaatakkoord’ te maken. Er zijn verschillende modellen om deze ‘systeemintegratie’ te stimuleren. Een van de modellen die de onderlinge relaties goed zichtbaar maakt is het energietransitiemodel (ETM). Het laat je direct zien wat de consequenties zijn van verschillende verduurzamingsmaatregelen. Ondernemers, gemeentes, energieleveranciers en kennisinstellingen kunnen het energietransitiemodel instellen met hun voorkeuren. Ze zien dan welke concrete voor- en nadelen besluiten opleveren.’

Waar discussieerden de deelnemers over?

‘Over de rol van dit en andere modellen bij het maken van regionale energie strategieën. In het klimaatakkoord is afgesproken dat de regio’s een hele belangrijke rol krijgen in het realiseren van de transitie. Dat vraagt dat je dus ook op die schaal plannen maakt. Modellen kunnen daarbij helpen en onderlinge relaties zichtbaar maken’

Wat waren de belangrijkste uitkomsten?

‘Deelnemers beseften goed hoe afhankelijk partijen van elkaar zijn als ze de energietransitie tot een succes willen maken. Om het klimaatakkoord na te leven, is samenwerking écht nodig. Neem bijvoorbeeld de mobiliteitssector. Elektrisch rijden is altijd een goed idee als je emissies wil reduceren. Het effect van die reductie wordt aanzienlijk groter als ook het aanbod van elektriciteit koolstofvrij is, of omgekeerd: met een minder grote inspanning kun je meer effect sorteren. Dan helpt het dus als je ervoor zorgt dat je ook aan de productiekant afspraken maakt over verduurzamen’. Denk daarom na over onderlinge afhankelijkheden in het systeem, óók als je op lokaal niveau aan de slag gaat. Systeemintegratie op regionaal niveau dus.’

3. Werksessie ‘Vaart maken met waterstof in de mobiliteit’

Jörg Gigler, directeur TKI Nieuw Gas, vertelt over zijn sessie ‘Vaart maken met waterstof in de mobiliteit’ op de Werkconferentie Topsector Energie 2018.

Waar ging uw sessie over?

‘Over vervoer dat gebruikmaakt van waterstof als aandrijfkracht. Personenauto’s, bussen, vrachtwagens én speciaal vervoer, zoals vuilniswagens. Nu zie je nog vooral batterij-elektrische auto’s, maar waterstof-elektrische auto’s komen eraan. Tijdens de sessie discussieerden deelnemers over diverse vragen. Wat is er al op de markt verkrijgbaar aan waterstofvervoer? Wat is de stand van zaken qua techniek? Wat zijn de voor- en nadelen van waterstof-elektrische voertuigen ten opzichte van batterij-elektrische voertuigen? Om die discussie te stimuleren, gebruikten we stellingen, zoals: rijden op waterstof is een hype, dat waait vanzelf wel over.’

Wat waren de belangrijkste uitkomsten?

‘Onder meer dat er in de toekomst zowel waterstof-elektrische auto’s als batterij-elektrische auto’s nodig zullen zijn: ze sluiten elkaar niet uit. Heel zwart-wit gesteld zijn waterstofauto’s geschikter voor lange afstanden en batterij-elektrische auto’s voor korte. Waterstofauto’s laden sneller op en hebben een grotere actieradius. Dat maakt ze geschikter voor bijvoorbeeld internationaal goederenverkeer. Batterij-elektrische voertuigen hebben een langere oplaadtijd, maar dat is voor bijvoorbeeld een stadsbus geen probleem. Die kan de hele nacht aan het net om te laden.
Beide vormen van vervoer zullen dus blijven bestaan. Maar op de lange termijn zullen er waarschijnlijk wel meer waterstof-elektrische auto’s zijn. Niet in de laatste plaats omdat het goedkoper is om onze infrastructuur aan te passen aan waterstof-elektrische auto’s. Op dit moment zijn batterij-elektrische auto’s trouwens nog wel populairder, voornamelijk vanwege de prijs, omdat er meer aanbod aan batterij-elektrische voertuigen is en er al een uitgebreide oplaadinfrastructuur is. Een elektrische auto is nu bijvoorbeeld bijna even goedkoop als een dieselauto. Voordat waterstofauto’s op hetzelfde prijsniveau komen, zijn we zeker vijf à tien jaar verder.’

4. Werksessie ‘Elektrochemische Conversie & Materialen (ECCM): coördinatie in energie-innovatie’

‘Elektrochemische Conversie & Materialen (ECCM): coördinatie in energie-innovatie.’ Zo heette de sessie van de gelijknamige ECCM-commissie, voorgezeten door commissievoorzitter prof. Richard van de Sanden op de Werkconferentie Topsector Energie 2018. De commissie is ingesteld door de topsectoren Energie, High Tech Systemen & Materialen en Chemie.

Waar ging uw sessie over?

‘In algemene zin over het terugdringen van CO2-uitstoot in de industrie. Een grote uitdaging. Industriële productieprocessen zorgen voor circa 35 procent van de wereldwijde uitstoot, dus elektrificatie is hard nodig. De industrie is zelf onderdeel van deze oplossing: zij ontwikkelt innovatieve elektrificatietechnieken. Om te helpen bij het vermarkten van die technieken, is de ECCM-adviescommissie opgericht. Deze commissie helpt onder andere om door de overheid geïnitieerde meerjarige missiegedreven innovatieprogramma’s (MMIP) tot stand te brengen. Hoe zet je zo’n MMIP op? Hoe vul je het programma in? Hoe kun je het rijmen met de beschikbare subsidieregelingen? Hoe zorg je dat de betrokken sectoren elkaars taal leren spreken? Wat is nodig om in Nederland te ontwikkelen en hoe werk je internationaal samen? Hoe bouw je kennis op in Nederland? Dit soort vragen beantwoordt de commissie. In de werksessie gingen we op die vragen in.’

Wat waren de belangrijkste uitkomsten?

‘Dat, als je op nationaal niveau een MMIP wilt organiseren, je voor elk onderwerp in dat programma een stuurgroep nodig hebt. Een stuurgroep heeft overzicht van wat er in Nederland op dit gebied speelt en bouwt een kennisnetwerk rond het MMIP-thema. De stuurgroep adviseert waar zij het beste accenten kan leggen. Ze beslist niet over budgetten, maar krijgen wel voldoende mandaat van de overheid om namens haar het overzicht over zo’n onderwerp te bewaken. Ze verbinden alle verschillende subsidie-instrumenten en regelingen rondom een onderwerp met elkaar. Zo beperken ze het risico dat die regelingen naast elkaar lopen en zaken dubbel worden gefinancierd. De invoering van stuurgroepen is een experiment. Als het succes heeft, is opschaling mogelijk.’

Meer weten?

5. Werksessie ‘De Uitdaging voor mbo en hbo: de Human Capital Agenda voor het klimaatakkoord’

‘De Uitdaging voor mbo en hbo: de Human Capital Agenda voor het klimaatakkoord.’ Zo heette de workshop van Marsha Wagner op de Werkconferentie Topsector Energie. Wagner is voorzitter van de Raad van Advies van CAREER, de instantie die onderzoek en opleidingen stimuleert voor de (offshore) windsector.

Waar ging uw sessie over?

‘Over De Uitdaging, een nieuw programma waarin onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en de overheid nauw samenwerken. Doel van dit programma is om meer mensen in Nederland de kennis en skills te laten ontwikkelen die nodig zijn om de doelen van het klimaatakkoord te halen. Op dit moment zijn er nog te weinig van dit soort professionals. Voor het programma moesten diverse vraagstukken aangepakt worden. Hoe vergroot je bijvoorbeeld de instroom van vakmensen? Hoe bevorder je de ontwikkeling van bestaand personeel? En hoe blijf je het onderwijsaanbod vernieuwen? In de sessie bespraken we deze vragen met deelnemers. Welke concrete problemen en oplossingen zagen en ervoeren zíj?’

Wat waren de belangrijkste uitkomsten?

‘Tijdens de werksessie lanceerden we De Uitdaging. Dat alleen al maakte het een feestje. Maar dat we de kans hadden het programma aan te bieden aan staatssecretaris Mona Keijzer maakte het extra bijzonder. Dat ze het plan zei te ondersteunen – ze was vol lof – was voor ons de kers op de taart. Nu is het zaak het programma succesvol uit te voeren. Als onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en overheid gaan we de problemen de komende jaren echt bij de kop pakken.'

Meer weten?

Meer werksessies?