Subsidiemogelijkheden voor waterstof in Nederland

Met ingang van 2020 is er veel veranderd in het subsidie-instrumentarium dat het ministerie van EZK (Economische Zaken en Klimaat) via RVO beschikbaar stelt. De invoering van het missiegedreven innovatiebeleid heeft tot vijf missies geleid voor de sectoren Elektriciteitsopwekking, Gebouwde Omgeving, Industrie, Mobiliteit, en Landbouw en Natuur. Daaraan zijn 13 meerjarige, missiegedreven innovatieprogramma’s (MMIP’s) gekoppeld. Meer informatie daarover is hier te vinden. 

Deze sectorale aanpak heeft ertoe geleid dat waterstof een doorsnijdend thema is geworden omdat het snijpunten heeft met alle missies en met zeker 9 MMIP’s. Er is vanaf 2020 helaas geen apart subsidieprogramma voor waterstof, zoals in de jaren 2017-2019 het geval was. Hieronder wordt toegelicht welke subsidiemogelijkheden er voor waterstof zijn binnen deze nieuwe constellatie. De basisgedachte is dat waterstof in meerdere missies en MMIP’s is opgenomen, waarbij het specifieke onderwerp leidend is waar projecten kunnen passen. Bijvoorbeeld de productie van waterstof voor de industrie valt onder missie C, MMIP 8. Toepassing in de mobiliteit past binnen missie D, MMIP 9.

De onderstaande informatie is indicatief en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Via links wordt naar de officiële websites (meestal van RVO) verwezen; daar staat de gepubliceerde tekst die leidend is voor subsidieaanvragen. Voor nadere informatie of advies kunt u altijd contact zoeken met RVO en met ons.

Overzicht subsidieregelingen

Nadere toelichting op deze regelingen

Hieronder volgt een nadere toelichting op deze subsidiemogelijkheden. We adviseren u om de betreffende websites in de gaten te houden voor de meest actuele informatie. Voorts is het raadzaam om uw projectidee te laten toetsen door RVO. 

MOOI-regeling

De MOOI-regeling kent 2 stappen:

  1. U dient een vooraanmelding in. In februari 2020 opent de regeling. Samenwerkende partijen kunnen tot 20 april 2020 17:00 uur de eerste schetsen van hun voorstel indienen bij RVO. In deze vereiste voorronde toetsen wij of de aanvraag aansluit op de regeling. 
  2. U dient een volledige subsidieaanvraag in. RVO geeft vervolgens met een adviescommissie advies over het plan en de voorgestelde samenwerking. Soortgelijke projecten kunnen met elkaar in contact worden gebracht. De Topconsortia van Kennis en Innovatie (TKI) helpen hierbij. Partijen verwerken de adviezen daarna in de definitieve aanvraag. De voorronde sluit op 20 april 2020, 17:00 uur en de definitieve indiening op 8 september 2020, 17:00 uur.

Op de website van de MOOI-regeling vindt u alle informatie over de regeling en de onderwerpen die worden gehonoreerd. 

Belangrijke voorwaarden in de MOOI-regeling zijn:

  • Er is een samenwerkingsverband dat het project gaat uitvoeren met minimaal 3 ondernemingen die niet met elkaar verbonden zijn in een groep.
  • In het project moet duidelijk sprake zijn van een integrale aanpak. Daarom gaat het om multidisciplinaire samenwerkingsverbanden waarin ook vernieuwende mkb’ers (midden- en kleinbedrijf) en belanghebbenden samenwerken aan integrale oplossingen voor de concrete uitdagingen uit het Klimaatakkoord. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld leveranciers, afnemers, gebruikers en lokale partijen.
  • Aanvragers moeten een innovatieplan voorleggen met daarin SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) opgestelde mijlpalen om de voortgang te kunnen volgen.
  • Projecten moeten een omvang hebben van minimaal € 2 miljoen aan subsidiabele kosten.
  • Onderzoeksorganisaties maken niet meer dan 65% van de subsidiabele kosten.
  • De subsidie is minimaal € 25.000 per deelnemer.
  • De subsidie is maximaal € 4 miljoen per MOOI-project. Voor de gebouwde omgeving (missie B in de bijlage) is dat maximaal € 7 miljoen.

Meer informatie vindt u hier.

MOOI-regeling: Waterstof binnen het thema wind op zee

Binnen dit thema is in totaal € 10,1 miljoen aan budget beschikbaar. 

Waterstof past onder MMIP 1 onder sub-thema 4: Integratie in het energiesysteem. Daarbij gaat het specifiek over: 

Onderzoek naar en ontwikkeling van het creëren van flexibiliteit in windparken en de mogelijkheden voor offshore systeemintegratie in de vorm van energieverbruik en energieconversie dicht bij de bron. Hierbij speelt omzetting naar waterstof een belangrijke rol. Transport kan plaatsvinden door pijpleidingen (zoveel mogelijk met gebruikmaking van bestaande (gas)infrastructuur) of per tanker. Een andere optie is de productie van energie-intensieve chemicaliën. 

Meer informatie vindt u hier.

MOOI-regeling: Waterstof binnen het thema gebouwde omgeving

Binnen dit thema is in totaal € 27 miljoen aan budget beschikbaar. 

Waterstof wordt genoemd bij onderdeel 2. Verduurzaming van de (collectieve) warmte- en koudevoorziening: 

Bij de verduurzaming van de (collectieve) warmte- en koudevoorziening gaat het vooral om geothermie, aquathermie, zonthermische systemen, duurzame vormen van restwarmte (zoals van datacentra) en gebruik van hernieuwbare gassen (groen gas en waterstof). 

  • Innovatiethema 5 – Collectieve warmte- en koudevoorziening (Duurzame warmtenetten, MMIP 4 – 4.4): Ontwerpmethodes voor warmte(koude)netten met gedistribueerde bronnen (zonthermisch, geothermie, aquathermie, bio- en restwarmtebronnen, zoals datacenters, en hernieuwbare gassen (groen gas, waterstof) voor piekvragen.

 

Waterstof wordt ook genoemd bij onderdeel 3. Oplossingen voor een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening: 

Verschillende systeeminnovaties zijn nodig om de gedistribueerde opwekking van elektriciteit en het toenemend gebruik van elektriciteit te faciliteren, om vraag naar en aanbod van elektriciteit beter met elkaar in evenwicht te brengen, om pieken en dalen daarbij af te vlakken en om (via opslag) slimmer om te gaan met elektriciteit en deze via conversie met andere energiedragers (zoals water en waterstof) en -infrastructuren te verbinden. Digitalisering is daarin van groot belang.

  • Innovatiethema 6 – Flexibiliteit van/voor het energiesysteem (in de gebouwde omgeving). Schaalbare en verbeterde flexibiliteitsopties, MMIP 5 – 5.2.1): 
    • (Door)ontwikkelen van demand-side management, opslag van elektriciteit in accu’s of conversie naar warmte of waterstof.
    • Verbeteren conversie- en uitwisselingsmogelijkheden tussen energiedragers en sectoren. 
    • Grootschalige experimenten om flexibiliteitsopties met een integrale benadering te toetsen.

Meer informatie vindt u hier.

MOOI-regeling: Waterstof binnen het thema industrie

Binnen dit thema is in totaal € 17 miljoen aan budget beschikbaar.

Waterstof past hier onder MMIP 8 ‘Elektrificatie en radicaal vernieuwde processen’ die gericht is op de ontwikkeling van kennis en kosteneffectieve innovaties voor volledig klimaatneutrale productieprocessen in 2050, optimaal geëlektrificeerd en volledig geïntegreerd in het duurzame energiesysteem. Waterstof wordt genoemd onder: 

  • Innovatiethema 5. Toepasbaar maken van waterstofproductie vanuit elektriciteit op GWe-schaal en inpassing daarvan in productieprocessen, als grondstof en brandstof voor industriële processen, en de integratie daarvan in het energiesysteem:
    • Ontwikkeling van opschalingsconcepten tot 100 MW en conceptueel ontwerp GW- schaal elektrolyse fabriek. 
    • Ontwikkeling van elektrolyser componenten voor kostenverlaging en efficiencyverhoging.
    • Ontwikkeling van alternatieve elektrische waterstofproductie concepten. 
    • Acceptatie, inclusiviteit en ruimtebeslag van industriële elektrificatie.

Meer informatie vindt u hier.

DKTI Transport-regeling

De DKTI Transport-regeling is momenteel gesloten maar gaat naar verwachting in de loop van 2020 weer open. Nadere informatie is te vinden op https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/dkti-transport

In 2019 ondersteunde de regeling:

  • demonstratieprojecten voor duurzaam vervoer waarvan de innovatie nog niet op de markt is, dat een sterke businesscase heeft en levensvatbaar is. 
  • transportoplossingen met een lage of geen CO2-uitstoot en thema's als elektrisch rijden en varen, efficiënte schepen, rijden op waterstof, biobrandstoffen in luchtvaart, scheepvaart en zwaar wegverkeer.

Er kon voor de volgende projectsoorten een aanvraag worden ingediend: een proeftuin, een experimentele ontwikkeling en een haalbaarheidsstudie naar een project experimentele ontwikkeling. Ook bood de regeling ondersteuning aan innovatieclusters en voorzag in aanvullende cofinanciering van lokale infrastructuurvoorzieningen voor alternatieve brandstoffen die ook steun kregen uit een Europees programma (zoals CEF-Transport, Horizon 2020 of INTERREG).

DEI+-regeling

Binnen de DEI+-regeling (Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie) is € 86,1 miljoen beschikbaar voor de volgende thema’s:

  • Energie-innovatie
  • Energie-efficiëntie
  • Hernieuwbare energie (incl. flexibilisering van het elektriciteitssysteem, waaronder waterstof en ruimtelijke inpassing)
  • Lokale infrastructuur
  • CCUS (Carbon Capture, Utilisation and Storage)
  • Overige CO2-reducerende maatregelen in de industrie of elektriciteitssector

Een uitgebreide toelichting op deze thema’s vindt u hier: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/demonstratie-energie-en-klimaatinnovatie-dei-2020/thema%E2%80%99s-demonstratie-energie-en-klimaatinnovatie-dei-2020

 

Voor waterstof is het thema ‘Flexibilisering van het elektriciteitssysteem (alleen pilotprojecten)’ van belang. Het thema Flexibilisering van het elektriciteitssysteem ondersteunt pilotprojecten die op een optimale en kostenefficiënte manier de flexibiliteit van het energiesysteem vergroten. Dit is van groot belang vanwege het groeiende aanbod van hernieuwbare energie. Hierdoor wordt de balans tussen vraag en aanbod steeds belangrijker om de leveringszekerheid in 2030 en verder te waarborgen. U kunt hierbij denken aan projecten die inzetten op grootschalige opslag en conversie vanuit elektriciteit naar andere energiedragers en/of producten. Daarbij wordt expliciet gezocht naar projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van groene waterstof (productie van waterstof uit hernieuwbare energie door middel van elektrolyse). Of naar projecten die zich richten op het verbeteren van de stuurbaarheid van hernieuwbare-energie-opwekinstallaties. Voor dit thema komen de volgende mogelijkheden in aanmerking:

  1. stimulering van opslag en conversie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit
  2. stimulering van flexibele vraag naar elektriciteit
  3. stimulering van CO2-vrij regelbaar vermogen
  4. flexibiliteit van de elektriciteitsnetten voor transport en distributie van elektriciteit

Voor waterstof zijn de onderdelen a., c. en d. relevant. 

 

Ad a. Stimulering van opslag en conversie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit

Binnen het thema ‘Flexibilisering van het elektriciteitssysteem’ worden primair projecten beoogd die inzetten op grootschalige opslag en conversie vanuit elektriciteit naar andere energiedragers en/of producten. Hierbij wordt expliciet gezocht naar projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van groene waterstof (productie van waterstof uit hernieuwbare energie door middel van elektrolyse). De waterstof kan opgeslagen worden om later in te zetten voor elektriciteitsproductie en/of voor mobiliteit, of kan worden ingezet als grondstof in bijvoorbeeld de industrie. Zo kan waterstof een brugfunctie vervullen tussen de elektriciteitssector andere markten, zoals de industrie en de mobiliteit. Ook worden off-grid projecten gezocht waarbij potentieel op grote schaal elektriciteit kan worden omgezet in een energiedrager, zoals bijvoorbeeld waterstof, en die daarmee het elektriciteitsnet kunnen ontlasten, bijvoorbeeld rondom wind op zee. 

 

Naast waterstofprojecten wordt ook gezocht naar projecten op het gebied van andere vormen van opslag en conversie die nog verder van de markt af staan, maar in de toekomst mogelijk goedkoper of beter toepasbaar zijn dan opslagmethoden met waterstof. Te denken valt aan bepaalde innovatieve vormen van opslag (bijvoorbeeld flow batterijen) en “power-to-x” (omzetting naar chemische energiedragers). Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om ammoniak, mierenzuur, methanol of andere chemische componenten. 

 

Ad c. Stimulering van CO₂-vrij regelbaar vermogen voor de opwekking van elektriciteit

Hierbij moet gedacht worden aan het ontwikkelen van bijvoorbeeld WKK’s die gebruik maken van groene waterstof of andere synthetische groene brandstoffen of het verbeteren van de stuurbaarheid van hernieuwbare energie-opwekinstallaties. 

 

Ad d. Flexibiliteit van de elektriciteitsnetten

Het energiesysteem bestaat uit meer dan alleen het elektriciteitsnetwerk. In Nederland beschikken we ook over een uitgebreide infrastructuur voor gas, en lokaal ook voor warmte. Door het elektriciteitsnetwerk slim en op innovatieve manieren te combineren met de bestaande infrastructuur voor gas en warmte is de flexibiliteit van het gehele energiesysteem in potentie te vergroten. De uitnutting van de bestaande infrastructuur kan hiermee dan ook worden geoptimaliseerd. Denk bijvoorbeeld aan het converteren van elektriciteit naar gas of warmte (power2gas, power2heat), gecombineerd met opslag.

 

Meer informatie is te vinden op: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/12/dei-themabeschrijvingen-2020.pdf

 

Voor projecten die zich op CO2-afvang richten bij de productie van waterstof, is de CCUS-module (alleen voor pilots) beschikbaar. Meer informatie is te vinden op: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/12/dei-themabeschrijvingen-2020.pdf

 

Voor het thema ‘aardgasvrij in de gebouwde omgeving’ is een apart budget van € 9 miljoen beschikbaar. Het betreft hier de regeling DEI+: Innovaties aardgasloze woningen, wijken en gebouwen 2020. Waterstof kan vallen onder het aardgasloos-ready maken van woningen. In de komende jaren moeten 30.000 tot 50.000 bestaande woningen per jaar aardgasloos gemaakt worden. In voorbereiding hierop kunnen woningen al aardgasloos-ready worden gemaakt. Aardgasloos-ready betekent dat woningen qua bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed zijn voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatieve energie-infrastructuur. 

Het is nog niet duidelijk hoe waterstof binnen deze regeling valt. Daarom wordt u verzocht contact op te nemen met RVO voor nadere informatie. https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/demonstratie-energie-en-klimaatinnovatie-dei-2020/dei-innovaties-aardgasloze-woningen-wijken-en-gebouwen-2020

Topsector Energiestudies Industrie

Wilt u de haalbaarheid onderzoeken van een innovatief pilot- of demonstratieproject, dat kosteneffectief CO2-emissies kan gaan reduceren in 2030? Dan kunt u gebruik maken van de regeling Topsector Energiestudies Industrie. 

Waterstof bevindt zich in de volgende onderdelen:

  • Programmalijn 3: MMIP 8 - Maximale elektrificatie en radicaal vernieuwde processen. 

Deze programmalijn is gericht op de ontwikkeling van kennis en kosteneffectieve innovaties voor volledig klimaatneutrale productieprocessen in 2050, optimaal geëlektrificeerd en volledig geïntegreerd in het duurzame energiesysteem. Uitdagingen zijn kostenreductie en opschaling van de elektrische waterstofproductie en de ontwikkeling van klimaat neutrale brandstoffen en moleculen, primair op basis van elektrochemisch conversie (in samenwerking met MMIP 6 en 11). Er zijn vier deelprogramma’s: 

1. productie waterstof, moleculen en innovatieve hernieuwbare brandstoffen;

2. flexibilisering en digitalisering;

3. (radicale) procesvernieuwing;

4. maatschappelijke implicaties van industriële elektrificatie.

  • Programmalijn 4: CCUS (Carbon Capture, Utilization and Storage).

In deze programmalijn staan afvang, transport, hergebruik en permanente opslag van CO₂ centraal. CCUS is ook opgenomen in MMIP 6 – Sluiting van industriële ketens.

Het toepassingsgebied is de energie-intensieve en chemische industrie (incl. de productie van waterstof), afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s of AEC’s) en de glastuinbouw.

 

Meer informatie vindt u op: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/topsector-energiestudies-industrie

MIT (MKB)

Wanneer u als mkb-ondernemer samen met anderen aan de slag wilt gaan met innovatieprojecten, is de MIT-regeling (Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren) daarvoor geschikt. De MIT-regeling stimuleert innovatie bij het midden- en kleinbedrijf over regiogrenzen heen. Bovendien stimuleert de MIT dat projecten van het mkb goed aansluiten bij de innovatie-agenda’s van de topsectoren. Voor de MIT-regeling zijn er budgetten per regio en per instrument. De instrumenten bestaan uit:

  • Haalbaarheidsprojecten: een haalbaarheidsstudie, eventueel aangevuld met industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.
  • Kennisvouchers: voor een kennisvraag over de vernieuwing van uw producten, productieprocessen of diensten kan gebruik worden gemaakt van een kennisinstelling die de vraag kan beantwoorden 
  • R&D-samenwerkingsprojecten: een MIT-R&D-samenwerkingsproject is gericht op de ontwikkeling of vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten 

Waterstof is een prominent thema binnen de topsectoren; daarom past het goed binnen de MIT-subsidiemogelijkheden. 

 

Meer informatie vindt u op: https://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/mkb-innovatiestimulering-regio-en-topsectoren-mit

Voor de MIT-subsidie is het van belang waar de ondernemer gevestigd is. Via de loketwijzer MIT wordt u naar het juiste loket verwezen: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/mit-regeling/loketwijzer-mit-regeling
 

Fiscale instrumenten MIA Vamil, EIA en WBSO

MIA Vamil

Wanneer u als ondernemer fiscaal voordelig wilt investeren in milieuvriendelijke technieken, dan is de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) daarvoor beschikbaar. Met de MIA profiteert u van een investeringsaftrek die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Die aftrek komt bovenop uw gebruikelijke investeringsaftrek.

Met de Vamil kunt u 75% van de investeringskosten afschrijven. Dat kan op een tijdstip dat u zelf bepaalt en levert een liquiditeit- en rentevoordeel op. U komt voor MIA of Vamil in aanmerking als u investeert in een bedrijfsmiddel dat op de Milieulijst staat en voldoet aan de daarin gestelde eisen. U kunt dit opzoeken in de:

 

Ook waterstofonderwerpen staan op deze lijst. Meer informatie over MIA en Vamil: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/mia-en-vamil

 

Hier vindt u een lijst van onderwerpen van de MIA en Vamil die betrekking hebben op waterstof.

EIA

Als u als bedrijf investeert in energiezuinige technieken en duurzame energie, kunt u daarbij fiscaal voordeel behalen. Maak dan gebruik van de Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze regeling levert u gemiddeld 11% voordeel op. Bovendien zorgen energiezuinige investeringen voor een lagere energierekening. Voor 2020 is er een budget van € 147 miljoen.

De EIA geldt voor duidelijk omschreven investeringen (specifiek) én voor maatwerkinvesteringen (generiek) die een forse energiebesparing opleveren. Voor die investeringen kunt u 45% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Dat kan bovenop de gebruikelijke afschrijving. Deze investeringen staan omschreven als 'bedrijfsmiddelen' op de Energielijst.

 

Waterstof maakt ook onderdeel uit van de EIA. Meer informatie vindt u op: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/energie-investeringsaftrek-eia

 

Hier vindt u een lijst van onderwerpen van de EIA die betrekking hebben op waterstof.
 

WBSO

Als u een bedrijf heeft dat ontwikkelings- en/of onderzoeksprojecten uitvoert, dan kunt u uw kosten voor R&D (Research & Development) verlagen door gebruik te maken van de fiscale innovatieregeling WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk). De WBSO vergoedt een deel van de (loon)kosten en uitgaven van uw R&D-project. Uw bedrijf draagt dan minder loonheffingen af. Als u zelfstandig ondernemer bent, ontvangt u een vaste aftrek. Voor startende ondernemers is er extra voordeel.
 

Meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/wbso

Innnovatiemakelaars

Het TKI Nieuw Gas biedt ook ondersteuning door innovatiemakelaars mee te financieren.