Snel naar de ‘echte wereld’

The Green Village

Niet eindeloos prakkiseren, maar gewoon aan de slag gaan. Dat kan in The Green Village, een openluchtlaboratorium op de campus van de TU Delft, waar letterlijk wordt gesleuteld aan de energietransitie.

We hoeven geen bouwhelm op, verzekert marketing manager Serge Santoo, als we een rondwandeling door The Green Village maken, een nogal atypisch dorpje tussen de hoogbouw van de TU Delft. Op een bescheiden terrein van 1,4 hectare staan onder andere woningen, een kantoorgebouw, een Hyperloop-testbuis en een paar loodsen. Toch voelt het alsof we op een bouwplaats lopen: niets is hier ooit af en alles is er tijdelijk. Bouwvakkers, installateurs en onderzoekers lopen er af en aan – hier wordt gewerkt aan nieuwe energie-technologieën en gebouwtechnieken. Zoals aan BlueBattery, een ‘wijkbatterij’ die duurzame energie kan opslaan door zoet en zout water te mengen. In een woonwijk zou dit een uitkomst kunnen zijn om lokaal opgewekte stroom uit bijvoorbeeld zonnepanelen tijdelijk op te slaan op momenten van overschot. Coen de Jong, natuurkundestudent en stagiair bij BlueBattery, toont ons de loods vol met watertonnen en batterijen. Hij onderzoekt welk type membraan de stroom meest efficiënt kan opwekken.

Toevallige ontmoeting

Even verderop staat een carport met zonnepanelen van Powerparking. Onderzoeker Rishab Ghotge en twee technici zijn er bezig om een laadpaal te installeren die niet alleen stroom van de zonnepanelen kan leveren aan een elektrische auto, maar die de stroom er ook uit kan onttrekken, om bijvoorbeeld de lantaarnpalen van een groot parkeerterrein te verlichten. De initiatiefnemers van BlueBattery liepen tijdens hun experimenten toevallig de mensen van Powerparking tegen het lijf en besloten samen vervolgonderzoek te gaan doen naar smart grids. Wat gebeurt er als je een elektrische auto, een waterbatterij en zonnepanelen aan elkaar koppelt en de elektriciteit levert aan woningen? Hoe zorg je ervoor dat zo’n lokaal energienetwerk stabiel is? ‘Daar helpen we hen dan verder mee. Dat zijn toch mooie bedoelde toevalligheden’, vindt Santoo.

‘Bedrijven kunnen natuurlijk hun innovaties op hun eigen parkeerterrein uittesten’, vertelt hij. ‘Maar dan heb je geen systeeminteractie. Wij hebben hier ook zonnestroom, elektrische auto’s en woningen, waardoor je de interactie met de wijkbatterij kunt onderzoeken.’ Want naast experimenteerlocatie is The Green Village ook een mini woonwijkje, waar momenteel elf mensen wonen. De bewoners zijn vrijwillige proefkonijnen; hun ervaringen met innovaties op het gebied van klimaatbeheersing, water, verwarming, isolatie en ICT worden nauwgezet in de gaten gehouden door onderzoekers en experts.

 

Clubhuis

Blikvanger is het Co-Creation Center, een groot paviljoen met aan alle kanten een volledig dragende glazen gevel. Het gebouw is momenteel in aanbouw en wordt in mei geopend. Opvallend is de klimaattoren; een acht meter hoge toren bestaande uit verschillende materialen die energie kunnen opslaan. En ondergronds zitten de ‘energy piles’; dertig meter lange funderingspalen met een geïntegreerde warmtewisselaar die het gebouw ’s zomers koelen en ’s winters verwarmen. ‘Dit moet het clubhuis van de energietransitie worden’, aldus Santoo. ‘Een boeiende en inspirerende plek om bij elkaar te komen. Waar we kunnen samenwerken en meer zichtbaarheid kunnen geven aan energie-innovaties.’

The Green Village werd in juni 2017 geopend, om onderzoek en ontwikkeling op het gebied van duurzame energie, klimaatadaptatie, mobiliteit en de gebouwde omgeving te stimuleren voor zowel wetenschappers als marktpartijen. Hier kun je theoretische kennis snel uit het lab halen en in de ‘echte wereld’ uitproberen, maar dan zonder bouwvergunningsplicht of bouwbesluit. ‘Dat neemt niet weg dat alles wel degelijk schoon en veilig moet zijn’, verzekert Santoo. ‘We kunnen niet alles toestaan en bij het bouwen en testen doen we alsof de regels van de echte wereld gelden.’ Ondertussen zijn er ruim zestig projecten in uitvoer of uitgevoerd. ‘Sommige zijn spectaculair gefaald en weer terug naar de tekentafel gestuurd, terwijl andere zijn opgeschaald naar de volgende fase.’ Zo wordt een systeem voor lokale regenwateropvang en hergebruik genaamd BlueBlocks inmiddels in de Rotterdamse wijk Spangen grootschalig toegepast.

Lastiger dan gedacht

Een experimenteerruimte voor systeemonderzoek in zo’n vroege fase is uniek in Nederland, zegt Santoo. ‘Dat maakt het heel leuk, spannend en complex. Zowel wetenschappers als ondernemers zeggen: het blijkt in de praktijk toch lastiger dan gedacht aan de tekentafel, maar hier kom je er sneller achter. Je kunt eindeloos prakkiseren en theoretische modellen en algoritmes maken over bijvoorbeeld een afrekenmodel voor smart grids. Hier kun je het gelijk in de praktijk ondervinden.’

Een grote uitdaging voor zowel de organisatie als de gebruikers is echter om de projecten gefinancierd te krijgen, aldus Santoo. ‘Veel partijen werken aan hybride oplossingen die niet duidelijk in een vakje vallen, zoals klimaatadaptatie, gebouwde omgeving, mobiliteit of energie. Daarvoor zijn de bestaande financieringsregelingen niet altijd passend. Juist voor de energietransitie is een integrale financieringsstructuur onontbeerlijk.’

TKI Urban Energy juicht deze Delftse proeftuin voor innovaties zeer toe. Waar TKI Urban Energy partijen helpt bij het vinden van samenwerkingspartners, financiering, kennis en informatie rond de energie-innovaties die ze ontwikkelen, biedt The Green Village deze partijen de mogelijkheid en ruimte om hiermee te experimenteren, innovaties te testen en te demonstreren. Dat maakt deze proeftuinomgeving een waardevolle schakel in de keten, van idee tot implementatie. De laatste stap is zorgen dat innovaties op grotere schaal in de maatschappij kunnen worden toegepast, en versnelling realiseren in de energietransitie in de gebouwde omgeving. Dit beoogt TKI Urban Energy met het programma Uptempo!.

Meer weten?

Bekijk dit in de projectendatabase op deze website.