Nederlands consortium onderzoekt stille funderingsmethode voor wind op zee

simple

Geluidsoverlast op zee? Het lijkt raar, maar het bestaat. Bijvoorbeeld als er fundering in de zeebodem geheid wordt voor windmolens. Als alternatief onderzoekt een Nederlands consortium de stille kracht van een nieuwe boormethode.

Windmolens op zee staan in veel gevallen op gigantische monopiles. Het kost nogal wat kracht om die in de grond te slaan. Nadeel van de gangbare hydraulische hamer is dat de slagen schade aan de paal toebrengen. Daardoor moeten de palen zwaarder worden gemaakt dan eigenlijk nodig is, wat ze duurder maakt. Er komt bovendien veel geluid bij vrij. Zeezoogdieren hebben daar veel last van. Om hen te beschermen hebben overheden in bijvoorbeeld Nederland en Duitsland geluidsnormen ingesteld.

Voldoen aan geluidsnormen

“Je ziet dat offshorebedrijven moeite hebben om aan de geluidsnormen te voldoen”, zegt Ben Arntz, oprichter en directeur van GBM Works. “Ze dempen het geluid door letterlijk schermen van luchtbellen te maken. Dat helpt om net aan de huidige geluidsnormen te voldoen. Maar het kost veel geld en tijd.” GBM Works heeft een efficiëntere, stillere funderingstechniek ontwikkeld. “Het idee is om water te injecteren, zodat de bodem week wordt. Dit combineren we met het trillen van de paal, liefst aan de onderkant voor de hoogste effectiviteit. Zo zakt deze door zijn eigen gewicht in het zand.”

 

 

 

 

 

 

 

Combinatie van bestaande technieken

Zowel het trillen als het injecteren van water zijn bestaande technieken. Maar het is de combinatie en de toepassing voor monopiles die uniek is en onderzoek vereist. "We doen dit samen met Deltares: een gerenommeerd kennisinstituut in de offshore wereld. Dat is voor ons als startup heel belangrijk. Want een autoriteit als Deltares schept vertrouwen in de industrie. In hun laboratorium testen we onze boormethode met palen op staal. Dit gebeurt met steun uit de Topsector Energie-regelingen die RVO uitvoert."

Brede samenwerking

GBM Works werkt voor het huidige project nauw samen met enkele andere partijen. TU Delft geeft advies. Er zijn een aannemer, een ontwerper en producent betrokken bij schaaltesten op de Maasvlakte. Hierna volgt nog een project op volle zee. Pas daarna kan de beoogde techniek veilig en accuraat worden toegepast. "Dit laatste project zal veel geld kosten. We vragen hiervoor steun aan via de MOOI-regeling. Dan gaan we aantonen dat onze installatietechniek werkt en de palen sterk in de grond staan."

Geïnspireerd? Ontdek hoe de MOOI-regeling u ondersteunt

Het hiervoor beschreven project laat zien hoe multidisciplinaire partijen samen tot integrale oplossingen komen voor de energietransitie. Heeft u ook dergelijke projectplannen? Ontdek hoe de nieuwe MOOI-regeling ondersteuning biedt.

Deze innovatie is ondersteund vanuit de 'Wind op Zee innovatietender' die RVO in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat uitvoert. Innovatieve integrale oplossingen die passen binnen het TKI Wind op Zee programma kunnen per 1 april 2020 ook gebruikmaken van de nieuwe MOOI-regeling.