Flexibiliteit op Greenparc Bleiswijk

Greenparc Energy batterij - buiten

Op bedrijventerreinen en wagenparken maken fossiele brandstoffen plaats voor elektriciteit. Dat belast het elektriciteitsnet, landelijk én lokaal. Hoe kun je de netcapaciteit op bedrijventerreinen optimaal benutten door de flexibiliteit bij bedrijven te gebruiken? Op die vraag gaat het project LEF in Greenparc antwoord geven.

Het begon min of meer bij toeval op bedrijventerrein Greenparc Bleiswijk. Bij Royal Lemkes, een plantendistributiecentrum van ruim 30.000 m²met een dak vol zonnepanelen en 26 laadpalen, is een door Peta Watts aangestuurde 450 kW batterij geplaatst. Dit om te profiteren van de fluctuerende prijzen op de elektriciteitsmarkt. Peta Watts’ directeur Rob van Leeuwen vroeg zich hardop af of het niet slimmer zou zijn om samen met de buren de netcapaciteit gelijkmatiger te benutten. “Landelijk geeft TenneT al prijsprikkels voor balanshandhaving”, aldus Van Leeuwen. “Lokaal zou dat voor bedrijven ook heel lucratief kunnen zijn. Alleen mag dat nu niet.” Het zaadje voor het project Lokaal, Energie, Flexibel (LEF) in Greenparc was geplant.

Op het bedrijventerrein zit een keur aan bedrijven. Logistieke dienstverleners, distributiecentra productiebedrijven, handelaren. Van oudsher veelal gerelateerd aan de glastuinbouw. Bedrijven met machines, koeling, klimaatinstallaties, bedrijfswagens en zonnedaken. Bedrijven die afwisselend meer of minder elektriciteit produceren en afnemen. “Je hebt die diversiteit nodig. Als ze allemaal hetzelfde doen, heb je lokaal niets aan flexibiliteit”, aldus Arjen de Jong van adviesbureau BlueTerra, trekker van het project. “Hoe meer bedrijven elektrificeren, hoe groter de kans op netcongestie. Dat kun je zien aankomen. Hoe mooi zou het zijn als je alvast een lokaal systeem hebt voor balanshandhaving waarvoor je als bedrijf beloond wordt.” Volgens Van Leeuwen betalen bedrijven nu (te) hoge netkosten en zou zo’n systeem in principe bijna de helft van de geschatte 8 miljard euro aan netinvesteringen kunnen schelen.

Variabel nettarief

Zeven van die middelgrote energiegebruikers, die op een afgebakend terrein achter een verdeelstation zitten, doen mee aan de pilot. Stedin is aangehaakt als netbeheerder om te onderzoeken of investeringen in het net uitgesteld of vermeden kunnen worden. “Het is maatschappelijk geld”, stelt Arjen Zuijderduijn van Stedin. “Dat moeten we zo slim en efficiënt mogelijk inzetten. Gaaf dat eindverbruikers willen verduurzamen en hun flexibel vermogen willen gebruiken om lokaal energie uit te wisselen.”

Bijzonder aan dit project is dat alle stroomopwekkers en gebruikers in één systeem regeltechnisch aan elkaar worden gekoppeld. Wat minstens zo uniek is, zijn de variabele, dynamische nettarieven. Bedrijven betalen meer tijdens piekbelasting en minder in de daluren. Wettelijk mag dat echter niet. Een bedrijf betaalt nu een contractueel afgesproken vast nettarief. Daarom wordt in de proef gerekend met een virtueel variabel nettarief: bedrijven krijgen een factuur waarop staat hoeveel ze per tijdsperiode eigenlijk zouden hebben moeten betalen. Achter dit variabele tarief schuilt een ingenieus zelflerend algoritme. De TU Eindhoven is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de simulatiemodellen en algoritmes. Het idee is dat bedrijven hun vermogensflexibiliteit zullen inzetten om pieken te omzeilen en hoge piekkosten te voorkomen. Uitgangspunt is dat iedereen profiteert, ook de netbeheerder.

Complex

Het project kent de nodige uitdagingen. Van Leeuwen: “De regeltechniek en het omzetten van algoritmes in concrete software blijkt onwijs complex. Installateurs hebben ook moeite om de stuurbox goed aan te sluiten.” Bovendien móet Stedin een bedrijf dat tijdelijk over zijn ‘bundel’ heen gaat wettelijk een boete opleggen, die kan oplopen tot 10.000 euro Zelfs al is dat om het net stabieler te houden. Daarom start de proef een half jaar later dan gepland en duurt hij vier maanden in plaats van een jaar. De subsidie van TKI Urban Energy was dan ook onmisbaar. De Jong: “Partijen stoppen zelf veel tijd en middelen in dit project zonder dat ze weten wat het oplevert. Met zo’n onzekere basis, maakt subsidie de risico’s aanvaardbaar. Nu kunnen we het in één keer klaarzetten en zorgen dat het werkt.”

In september gaat de proef echt van start. Eind dit jaar worden de resultaten geanalyseerd. “We willen antwoord op talloze vragen”, aldus De Jong: “Werkt de soft- en hardware? Wat gaat de prijs doen? Over hoeveel flexibiliteit beschikken bedrijven en zijn ze bereid die in te zetten? Als een bedrijf 20% kan besparen op de netkosten met een slimme stuurbox, installeert hij die dan? Helpt het systeem de netstabiliteit te vergroten? En wat is nodig om het grootschalig uit te rollen?” Want uiteindelijk is de stip op de horizon dat dit technische concept op alle geschikte bedrijventerreinen wordt toegepast – zodra het wettelijk is toegestaan. Zuijderduijn is optimistisch: “Als het dynamische tariefstelsel dat de TU Eindhoven theoretisch heeft rondgerekend ook in de praktijk gunstig uitpakt, dan zie ik het als mijn taak om mijn collega’s te inspireren en te zorgen dat het hoger op de agenda van de netbeheerders komt.”