Wie knoopt digitalisering en energie aan elkaar?

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
Digitalisering
|
.

Topsector Energie in gesprek met Internetondernemer Arash Aazami. Hij houdt zich sinds 2006 bezig met de integratie van digitalisering en energie. Sinds 2015 werkt hij binnen het kennisnetwerk Digitalisering van de Topsector Energie.

Arash Aazami was medeauteur van Digitalisering in het energielandschap, dat wordt beschouwd als de agenda voor digitalisering. “Op het vlak van digitalisering kan je niet spreken van een aparte TKI (Topconsortium voor Kennis en Innovatie) in de Topsector Energie, want digitalisering is overal. Het hoort systemisch in alle TKI’s onder de Topsector. Vergelijk het met internet: we begonnen eerst met standalone computers die voor niemand bereikbaar waren. Nu zit digitalisering bij iedereen thuis, in haast ieder apparaat. Diezelfde beweging krijgen we nu in het energiedomein. En dan niet denken: het huidige systeem wordt beter dankzij digitalisering! Nee, het is fundamenteler: het netwerk voor data-uitwisseling raakt meer en meer verweven met de netwerken voor de uitwisseling van warmte, gas of elektriciteit.” Dat vormt volgens Aazami de basis voor een heel ander energiesysteem.

"Data-uitwisseling zit op hetzelfde vlak als de uitwisseling van warmte, gas of elektriciteit"

‘Matrix’

Arash Aazami ziet een nieuwe energiewereld waarin niet de grote producenten de dienst uitmaken, maar waarin een nieuwe ‘matrix’ ontstaat, met veel meer producenten, leveranciers, energieopslag en gebruikers. Hoe dat er precies uitziet weet de ondernemer en adviseur Aazami zelf ook nog niet: “Het is een innovatieve wereld waarin je jezelf elke drie jaar opnieuw moet uitvinden. Dat is vervelend in een sector waarin investeringen in infrastructuur voor gas, warmte of stroom een afschrijving hebben van dertig tot veertig jaar. Dat veroorzaakt inertie. De grote partijen zijn erg op zichzelf gericht. Als je bedrijf een miljoen aansluitingen heeft doorbreek je die inertie ook niet gemakkelijk.”
“De kennis over digitalisering binnen de Topsector Energie was aanvankelijk erg gericht op die grote energiebedrijven, de oligarchen. Onze digitaliseringagenda vond vooral gehoor bij netbeheerders, energie-coöperaties, het nationaal programma regionale energiestrategieën (NPRES) of vernieuwende bedrijfjes zoals LomboxNet. Sinds een jaar of vijf breekt ook bij de grote leveranciers het besef door dat de energiewereld grondig verandert. Je kan er bijvoorbeeld op wachten dat ergens in Nederland een wijk komt met bewoners die geen abonnement meer bij een energieleverancier hebben. Buren gaan onder elkaar energie en de bijbehorende gegevens uitwisselen en afrekenen. Wat wordt dan het handelingsperspectief van die energieleverancier? Die toekomst is dichterbij dan we denken.”

"Er komt binnen een paar jaar een wijk met bewoners die geen abonnement meer hebben bij een energieleverancier"

No-regret

Waar digitalisering doordringt tot in de haarvaten van het energiesysteem, is het nodig om te onderzoeken hoe ‘exotische’ onderwerpen zoals cybersecurity, privacy, kunstmatige intelligentie, en embedded automatisering in je koelkast of wasmachine met elkaar leiden tot een gebalanceerd energiesysteem, zonder verliezen of opstoppingen. Daarin zou ‘het systeem’ dus je koelkast of wasmachine kunnen aanzetten op de geschikte momenten. “Je kunt in elk geval starten met no-regret maatregelen. Zo hebben we al in 2016 voorgesteld om met blockchain-technologie op de middenspanningsstations te kijken waar een mogelijk lek zit. Door de gegevensstromen te ontleden, kom je erachter waar wietkwekers zitten die stroom van het systeem aftappen.”

Maar voor een grondiger visie op de ontwikkelingen in de digitale energiemarkt is meer nodig, vindt Aazami. “Ik mis de regie op de veranderingen. Die komt niet van bestaande marktpartijen. Die roepen eerder om ‘een sneller paard’, net als aan het begin van de vorige eeuw, toen Henry Ford met iets compleet nieuws kwam: de auto. De Topsector is het beste wat we nu hebben, die zorgt tenminste wel voor het overzicht in de ontwikkelingen. Maar we hebben ook inzicht en uitzicht nodig. Wat zijn de ontwerpprincipes van de nieuwe energiesector? Waar is de wet- en regelgeving die daarbij hoort? Ook de manier waarop de energiemarkt nu is georganiseerd, bijvoorbeeld op de European Energy Exchange, is nog niet toegerust voor de toekomst. Wie moet die markt vormgeven? Ik mis het inzicht en uitzicht bij de overheid, want die is te ‘politiek’ en te emotioneel, en niet erg fact-based.”
De wal keert het schip

Ondertussen gaan de ontwikkelingen door, ook zonder nationale of zelfs Europese regie. Aazami: “Internet is ook niet groot geworden dankzij veranderingen in de wetgeving of in de economie. Dat ging vanzelf, en de wet- en regelgeving moest er achteraanhollen. Uiteindelijk keert de wal het schip, en gaan partijen het anders doen omdat ze wel móeten.”
Streamer: We gaan naar een Internet of Energy: alle functies verschuiven.”

Liever ziet hij meer visie en meer coördinatie. “We dreigen voordelen te missen. Er is wel een soort technocratisch energietransitiemodel, maar dat is nog te simpel. We weten dat een kolencentrale niet hetzelfde is als een zonneweide: andere prijsvorming, andere sturing. Het is ook niet zo moeilijk om te voorspellen dat er een moment komt dat het aanbod van energie de vraag gaat overtreffen. Maar de energietransitie betekent een compleet nieuw systeem. We moeten niet alleen innoveren in technologie, maar vooral ook in economische modellen, maatschappelijke participatie (hoe gaan wij met elkaar om in relatie tot energie) en instituten (dus wetten en regels). We gaan naar een Internet of Energy: alle functies verschuiven.”

Kennis delen

Om de maatschappij daarop voor te bereiden is veel kennisdeling nodig. “Dat is lastig, want voor geen van de TKI’s is digitalisering een kernonderwerp. Er is wel een programma, en er is ook geld om dit programma uit te voeren, kruisbestuiving gaat steeds beter maar toch vinden partijen elkaar nog te weinig. We hebben een raamwerk nodig, een model dat conceptueel zo sterk is dat het jarenlang vol te houden is. Daarop kunnen we een nieuw systeem ontwerpen. En dan zijn er nog ‘Q’s’ nodig, net als bij James Bond, die als een spin in het web voor iedereen ‘snufjes’ uitvinden.”

"Mijn wens is dat we de komende jaren veel meer gaan experimenteren met het optimaliseren van lokale energiestromen, in wijken, fabrieken"

“Mijn wens is dat we de komende jaren veel meer gaan experimenteren met het optimaliseren van lokale energiestromen, in wijken, fabrieken. Als we dat ook kunnen visualiseren met een digitaal equivalent, de ‘digital twins’, dan kunnen we ook aan bijvoorbeeld wethouders laten zien hoe de nieuwe energiewereld eruitziet. Dat is van groot belang, want die dragen een grote verantwoordelijkheid en hebben inzicht nodig in de werking van nieuwe gedecentraliseerde energiesystemen.”

Foto: Walter Kallenbach