Werken aan multi-use windparken vraagt om andere mindset

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
Maatschappelijk verantwoord innoveren energie
|
leemans

Topsector Energie in gesprek met Eelco Leemans en Marcel Rozemeijer. Beiden zijn nauw betrokken bij Topsector-projecten die raken aan offshore wind (kennisnetwerk Wind op Zee) en de inbedding daarvan op de Noordzee (Maatschappelijk Verantwoord Innoveren). Eelco is zelfstandige en oud-directeur Stichting De Noordzee. Marcel is marien onderzoeker bij de Stichting Wageningen Research. De belangrijkste recente projecten zijn MVI-North Sea Energy Lab (2015-2018) en het nog lopende project Win-Wind.

Voor een voorspoedige verdere ontwikkeling op de Noordzee heeft de offshore windsector nog een wereld te winnen. Of liever gezegd: meerdere werelden, zoals de voedselindustrie, de visserij en de ecologie. En dan moet ook de scheepvaart er nog tussendoor kunnen varen. Er is heel wat denkwerk nodig om die ingewikkelde puzzel te leggen. De Topsector speelt daarin een kleine rol, die nog verder zou kunnen en moeten groeien. “Sinds het eerste windpark op zee, bij Egmond, realiseren we dat we daarover gestructureerd moeten nadenken,” blikt Eelco Leemans terug. “Dat is een brede beweging binnen al die partijen en binnen de overheid, en de Topsector versterkt de kennis daarover. We zijn inmiddels in staat om te formuleren welke kennis we nog nodig hebben, en dat is winst. Eelco Leemans: “Daarnaast hebben het North Sea Energy lab en het TKI Win-Wind project vissers en Windsector dichter bij elkaar gebracht. Waar technische innovatie het doel is van de Topsector, hebben beide projecten het draagvlak verbeterd en kunnen we beter de risico’s van verschillende activiteiten naast elkaar schatten.”

Leemans: “Het North Sea Energy lab en het TKI WinWind project hebben vissers en Windsector dichter bij elkaar gebracht”

Ecologie

De overheid wil graag ‘multi-use’ gebruik van de Noordzee, ook in offshore windparken. Onderzoek heeft er mede toe geleid dat bieders in de aanbestedingen voor offshore windparken punten kunnen verdienen met ‘innovatieve oplossingen’ op dit terrein. Rozemeijer: “Over het algemeen heeft dit onderzoek bijgedragen aan een andere ‘mindset’. Stakeholders in windparken denken nu na over maatregelen zoals riffen als vestigingsplaats voor speciale soorten en hogere soortenrijkdom. Er wordt ook minder snel gedacht: die visserij betekent een risico voor onze parken.”

Ecologie is eigenlijk al enige jaren een bron voor innovatie in de offshore windsector. Zie bijvoorbeeld de tastbare ontwikkeling van alternatieve heimethodes die veel minder lawaai opleveren voor de fauna. Leemans: “Probleem bij dit soort onderzoeken is vaak: wie heeft het nodig en wie gaat betalen? De natuur zelf kan het niet betalen. Het is niet zo gek om dat te vragen van de windsector.”

Visserij

Het integreren van visserijbelangen met die van de energiebedrijven gaat een stuk moeizamer. Van gezamenlijke projecten komt het niet of nauwelijks, en zeer moeilijk vanuit de visserij, al beginnen langzamerhand meer en meer vissers mogelijkheden te zoeken. Leemans: “De visserij is van nature gericht op bestaande methodes en gebruiken. Het zijn ook vaak kleine bedrijfjes.” En de defensieve houding van de visserij begrijpt Leemans ook nog. “Zij mochten ooit de hele Noordzee bevissen. Vervolgens zagen ze vele vierkante kilometers ‘afgepakt’ vanwege Natura2000-gebieden, en nu ook nog eens door windparken.”

Boos

Leemans: “Ze zijn boos, en slagen er ook in om het grote publiek en de Tweede Kamer in die emotie mee te krijgen. Binnen het Noordzeeakkoord dat recent is gesloten bestaat ook een transitiefonds. Vissers worden uitgedaagd om te praten over low-impact visserij, maar zij willen grotendeels vasthouden aan traditionele visserij met sleepnetten. En andersom zegt de windsector iets te gemakkelijk: die vissers moeten niet zeuren. Kijk naar Engeland en Denemarken: daar is een energiebedrijf verplicht om voor de bouw van een windpark de belangen van vissers mee te wegen. Aan de oostkust van Engeland hebben bouwers van een windpark een nieuwe kade aangelegd voor vissers, inclusief een nieuwe kraan. En vissers mogen ook in het windpark op krab en kreeft vissen, al zijn sleepnetten natuurlijk niet toegestaan. We onderzoeken ook wel dat soort concepten.”

Innovatie wordt wel gestimuleerd door de overheid. Die denkt mee over de teelt van zeewier, oesters, krabben en kreeften, over zonneparken tussen de windturbines. Succes is overigens niet verzekerd, maar dat hoort óók bij innovatie. Rozemeijer: “Dit type onderzoek gaat vaak over omgaan met een complexe omgeving met moeilijke klimatologische omstandigheden. Veel en dure maatregelen zijn nodig om kleine en grote risico’s af te dekken. Binnen Win-Wind zijn we met Eneco krabben-en-kreeften-visserij binnen het windpark aan het onderzoeken. Nu zijn er allerlei onzekerheden over het gedrag van een string kooien waardoor we weer in overleg gaan.” Een oplossing zou kunnen zijn dat stroomkabels dieper begraven zouden kunnen worden, maar dat kost veel meer. Wie betaalt dat? Nog een mogelijke oplossing: Nieuwe parken zijn uitgerust met grotere molens, dus komen grotere stukken binnen het windpark eventueel beschikbaar voor dergelijke visserij (zoneren).

Joint Fact Finding

Maar om gezamenlijk gebruik van de Noordzee mogelijk te maken moet de visserij uiteindelijk toch gaan meedoen. Leemans: “Nu vaart de MDV1 rond, een innovatieve kotter genoemd naar het Masterplan Duurzame Visserij. Dat is een initiatief van jonge vissers die wel iets anders willen. Maar de grote groep fluit nieuwe initiatieven vaak terug, in het dorp, binnen de familie of in de kerk. En krabben, kreeften, oesters, mosselen? ‘Dat is toch geen visserij!’ zeggen ze dan. Pulsvisserij vinden ze wel innovatie.”

Rozemeijer: “Joint fact finding is de basis om een visie te ontwikkelen over de Noordzee in de komende dertig jaar”

Hoe dan wel? Belangrijkste voorwaarde voor een dialoog vinden Rozemeijer en Leemans een gezamenlijke kennisbasis. Rozemeijer: “Wat zijn de voorwaarden voor vissers om te innoveren, wat is hun alternatieve economische perspectief, hoe werkt de natuur als extra factor met allerlei fluctuaties in visbestanden? Joint fact finding is de basis om een visie te ontwikkelen over de Noordzee in de komende dertig jaar. Het is belangrijk dat de vragen van de vissers boven tafel komen: wat zijn de effecten van alles wat gebeurt en gaat gebeuren op de Noordzee?” Leemans: “Vissers blijven vaak weg bij de jaarlijkse tweedaagse ‘Noordzeedagen’, want ze ‘moeten nu eenmaal werken’. Dat evenement moesten we maar eens op Urk of in Scheveningen organiseren, op een moment dat vissers niet op zee zijn.”

Het blijft dus hard werken aan ‘sociale innovatie’ op de Noordzee. Leemans: “Bij alle toenemende activiteiten op de Noordzee is samenwerking een heel gevoelig thema. Dat sociale innovatie een belangrijke rol daarbij kan spelen, hebben we ervaren in het North Sea Energy lab. In dat programma hadden we alle essentiële partijen aan tafel, een belangrijke basis voor een gezamenlijke aanpak van de uitdagingen van de Noordzee.”

Het volgende interview verschijnt op 28 juni met Laura Hoogwerf is business developer bij TNO, voorheen ECN.