“We leren veel, maar toepassing van de lessen vraagt om centrale systeemvisie”

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
TKI Energie en Industrie
TKI Urban Energy
Systeemintegratie
|
Wilbert Prinssen

Topsector Energie in gesprek met Wilbert Prinssen. Hij geeft leiding aan de energiewerkzaamheden bij Technolution en was in die functie partner in acht projecten in het Topsector-kennisnetwerk Slim en Flexibel E-Netwerk. Technolution integreert kennis in natuurkunde, wiskunde en informatica tot oplossingen voor allerlei toepassingen: van onderdelen van elektronenmicroscopen tot veilige overdracht van gegevens in meetnetten voor bijvoorbeeld straling of lucht- en waterkwaliteit.

Technolution besteedt stelselmatig 10 tot 15% van de omzet aan onderzoek en ontwikkeling. Innovatie is voor een ‘integrator’ als Technolution cruciaal, vindt Prinssen, maar niet alleen in techniek: “Onze kwaliteiten liggen in het bijeenbrengen van de fysieke en de digitale wereld, in het slim aansturen van systemen. Dat is vaak niet eens alleen technologie, maar dan gaat het ook over gedrag, over organisatie, over wet- en regelgeving. We doen dat volgens een getrapte strategie, in samenwerking met andersoortige partijen. Eerst bekijken we: wat ligt er al, wat is robuust, wat zijn de systemen? Die gaan we vervolgens uitlezen: wat zijn de data? Die analyseren we, zodanig dat we weten wanneer we maatregelen zouden moeten nemen. In latere stadia passen we kunstmatige intelligentie toe om de besturing van de hardware slimmer te maken, wat uiteindelijk kan leiden tot een autonoom systeem.”

Technolution heeft deze strategie in de loop der jaren onder andere toegepast op verkeerssystemen, zoals in de stad Rotterdam, met als doel een maximale doorstroming. “Dat gebeurde ook weer in een open samenwerking, met partijen als de stad Rotterdam, Rijkswaterstaat en anderen. Het doorlopen van onze strategie heeft zo’n vijftien jaar in beslag genomen. Het is ook een complex systeem: hoe neem je bijvoorbeeld het aantal parkeerplaatsen in de stad mee, als je weet dat commerciële parkeergarages liever niet te koop lopen met die gegevens? We zetten ons R&D-budget niet alleen in voor het ontwikkelen van eigen kennis en het door-ontwikkelen van producten. Een flink deel gaat naar het onderzoeken van de buitenwereld: waar zit de waarde van sommige ontwikkelingen? Op welke manier kunnen open interfaces partijen in staat stellen effectiever samen te werken? En dat is ook waar de Topsectorprojecten ons in gesprek brengen met andere partijen.”

Breda

Een veelbelovend traject zette Technolution in voor ‘Jouw Energie Moment’: een wijkje van 180 woningen in Breda, waar een systeem van warmtepompen en een gezamenlijke buurtbatterij in Ettenleur moesten worden geoptimaliseerd. “Daarin zit natuurlijk een belangrijke gedragscomponent: hoe gaan de bewoners om met hun energie? Samen met netbeheerder Enexis, energieleveranciers, TU Eindhoven (voor het net-ontwerp) en de TU Delft (voor de gedragscomponent) hebben we dit kunnen brengen tot op een bijna-autonoom besturingssysteem. Dat is gebeurd in nauw overleg met de bewoners, en iedereen kon daaruit voor zichzelf lessen trekken. Bij de start was de focus vooral op de technologie en de opschaalbaarheid daarvan. Maar gedurende het project bleek dat het vooral ook gaat om andere vormen van innovatie.”

“We leerden ook lessen over hoe het niet kan werken. Heel waardevol voor de energietransitie, maar voor de deelnemers in consortia niet makkelijk”

Prinssen vindt dat het innovatiebeleid vaak vooral gericht is op deel-ontwikkelingen, en maar weinig ‘holistisch’ op het effect voor de Energietransitie. “We leerden in Breda bijvoorbeeld ook lessen over hoe het niet kan werken. Heel waardevol voor de energietransitie, maar voor de deelnemers in consortia is het niet makkelijk is om dergelijke lessen te delen. Goed nieuws brengen is leuker. Gesubsidieerde projecten moeten resultaten opleveren, en je ziet deelnemers ook afhaken als er een conclusie moet worden getrokken dat iets op een bepaalde manier niet werkt.”
Terwijl dat waarschijnlijk een belangrijke les is voor mogelijke opschaling. Na Breda ontbrak dat perspectief op een businessmodel en was er geen vervolg. “Frustrerend, want we kwamen wel tot de conclusie: opschaling past niet in de huidige organisatie van de energiemarkt. Dus is de vraag: hoe ziet dan het businessmodel eruit, en wie moet dat verder trekken? Zijn het wel de energiebedrijven die hier iets mee moeten, of is het aan nieuwe partijen? En op welk moment wordt het sowieso opportuun om flexibiliteit in woningen te zoeken, of is focus op bijvoorbeeld isolatie voorlopig beter?”

In zo’n meer holistische kijk ontstaan niet alleen vragen, maar ook het begin van nieuwe antwoorden. Prinssen: “Als we samen begrijpen hoe een ecosysteem van stakeholders in de toekomst wel effectief kan werken, kunnen we dat als techneuten actief gaan faciliteren door het definiëren en stimuleren van open interfaces. Dat kan voor bestaande partijen in eerste instantie bedreigend voelen, dus de Topsector kan daarbij een belangrijke stimulans bieden.”

Kennis van de markt

De Topsector-projecten hebben Technolution best veel gebracht, vindt Prinssen. “Wij weten beter waar de markt is en hoe we stappen kunnen zetten. De energiewereld is enorm complex en boeiend, met veel actoren en veel onzekerheden, met ook een zware maatschappelijke component. Veel ingewikkelder bijvoorbeeld dan de ook niet simpele postmarkt, waar ik eerder heb gewerkt. Als bedrijf hebben we door deelname in de Topsector zelf een veel beter beeld van het netwerk in deze markt ontwikkeld, en daarmee ook een beter inzicht waar we zelf kunnen bijdragen met onze eigen getrapte innovatieaanpak.”

“Misschien hebben we te lang gedacht dat de markt het zelf wel gaat opknappen, dus het Angelsaksische model. Wij zijn beter in polderen, het aanduiden van het maatschappelijk belang, maar die sterkte is tegelijk een zwakte. Ik mis de holistische visie, en een partij die daarin het voortouw neemt. Het huidige innovatiebeleid hangt nog te veel aan schijnzekere deliverables en korte-termijnoplossingen. Er zijn ook voldoende incentives voor start-ups, maar: willen we de ontwikkelingen op deze markt laten leiden door start-ups? Die passen op lange termijn vaak niet. Wie consolideert die ontwikkelingen en brengt de sector verder? Wie brengt al die verschillende ontwikkelingen samen, op korte termijn en op lange termijn? De overheid? Misschien iets voor het Rathenau Instituut?”

“Ik zie graag wat meer systeemvisie, waarbij wij technologen kunnen aansluiten en waaraan we kunnen bijdragen. Daarbij hoort ook een meer centrale regie”

Regie

Er zitten grote mogelijkheden in de combinatie van informatietechnologie met de levering en gebruik van energie, maar er zijn net zo veel vragen. Prinssen: “Bijvoorbeeld: hoe gaan we om met netten? Welk marktmodel hoort bij smart charging van elektrische auto’s? Gaan we mensen in oude wijken met een oud net hetzelfde belonen als mensen in gloednieuwe wijken? En zullen mensen het wel zo fijn vinden als de netbeheerder je wasmachine aanzet, wat voor het net misschien handig is? Dat is geweldig lastig, want we moeten met 50% van de kennis over 50% van de mogelijke innovaties 100% van de besluiten nemen over de richting die we willen opslaan. Maar ik zie graag wat meer systeemvisie, waarbij wij technologen kunnen aansluiten en waaraan we kunnen bijdragen. Daarbij hoort ook wel een meer centrale regie.”

Het volgende interview verschijnt op 20 mei met Hans de Heer, DNV GL, prominent partner in Slimme en flexibele energiesystemen.