“We hebben een sleepboot nodig om de mammoettanker van koers te veranderen”

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
Human Capital Agenda
|
knoef

Topsector Energie in gesprek met Marinika Knoef. Zij werkt bij OOF. Dat staat voor Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen voor energie, kabel&telecom en afval&milieubedrijven (ofwel grondstoffen, energie en omgeving, ‘geo’). Zij is daar programmamanager Future Fit, metde arbeidsmarkt van de energiesector als aandachtspunt.

O&O fondsen bestaan op ’meer dan honderd verschillende terreinen en zijn opgericht door werkgevers en werknemersorganisaties om op deze onderwerpen een evenwichtige arbeidsmarkt te creëren. Zij bevorderen de instroom van nieuw talent en hun ontplooiing in de sector. Voor de Energietransitie groeit de samenwerking met de Human Capital Agenda van de Topsector Energie gestaag.

Op het terrein van opleidingen en arbeidsmarkt heeft Nederland een rijk en gedifferentieerd landschap. Voor het ‘handwerk’—waar de Energietransitie de komende decennia niet buiten kan—strekt dat landschap uit van het voortgezet onderwijs via ROC’s tot hogescholen en wetenschappelijk onderwijs. “De productie en levering van energie is een relatief onbekende sector voor jongeren,” zegt Marinika Knoef. “Zij kunnen zich moeilijk een voorstelling maken bij wat dat werk inhoudt, dus dat proberen we onder andere met ‘Power up the Planet’ te verduidelijken. Voorheen voerden we dit soort campagnes vooral richting scholen op voortgezet onderwijs, maar nu benaderen we naast de docenten ook rechtstreeks leerlingen en hun ouders. Dat moet meer effect hebben.”

Aantrekkelijke sector

De randvoorwaarden zijn best aantrekkelijk, want in de basis is het voor jongeren een aantrekkelijke gedachte bij te dragen aan ‘het redden van de planeet’, denkt Marinika Knoef. “Als vervolg op bijvoorbeeld de klimaatstakingen op het voortgezet onderwijs hebben we een boodschap die aankomt op scholen. Vroeger deden we dat met folders, maar dat is natuurlijk niet meer van deze tijd. Nu hebben we Power Up the Planet en geven we met actieve gastlessen en bedrijvenexcursies een mooi beeld van het soort werkzaamheden in de sector.” En daarbij kan ze schermen met mooie getallen: “De sector vergrijst wel, maar mensen blijven er werken, er is minimaal verloop.”

Die ‘baanbedrijfszekerheid’ in de sector is er zeker ook in de toekomst, want de toekomstscenario’s liegen er niet om. Knoef: “Komende jaren zijn er nog vele tienduizenden vakkrachten nodig om de klimaatdoelen waar te maken. Nederland kent al jarenlang een tekort aan technisch opgeleid personeel, waar ook onze sector last van heeft. Naast de kwantiteit is er ook een kwalitatief probleem, want de Energietransitie heeft veel andere skills nodig. De vraag is: hoe komende we voorbij het praatcircuit?”

"Het reguliere onderwijs moet veel flexibeler worden voor de instroom, ook voor de zij-instroom"

Flexibeler

“In mijn ogen moet het reguliere onderwijs veel flexibeler worden voor de instroom, ook voor de zij-instroom. De mogelijkheden zijn niet in elke regio beschikbaar. De bedrijven leiden zelf ook vele monteurs op. Het zou ontzettend helpen als we één transparant systeem zouden hebben waar vraag en aanbod po basis van skills bij elkaar staan: werkenden, werkzoekenden én studenten. Daaruit kunnen de werkgevers halen wie wat kan. Dat transparante systeem werkt ook de andere kant op, want het maakt mensen duidelijk waarnaar ze kunnen overstappen. Zo help je mensen ‘van werk naar werk’ (van een baan in een kwijnende sector naar een baan in de groeiende energiesector, red). Er zijn programma’s op dit gebied, zoals ‘De Uitdaging’ van de Topsector Energie, of het ‘Leven Lang Ontwikkelen’ van de SER. Ook binnen het Klimaatakkoord lopen programma’s voor arbeidsmarkt en scholing, zoals ‘Mensen maken de transitie’. En er is een actieplan Arbeidsmarkt en Corona, waarin we mensen uit grote bedrijven die het moeilijk hebben helpen overstappen. Maar dat alles zou wel wat meer gestructureerd en transparanter kunnen.”

Coördineren

Knoef ziet voor de Topsector Energie een belangrijke coördinerende rol. “Er gaat in de arbeidsmarkt heel veel geld om. Maar er zijn heel veel partijen betrokken als het gaat om subsidies, geldstromen, wie doet wat? Hoe breng je al die middelen bij elkaar zodat je continu mensen kan blijven opleiden en ontwikkelen voor het werk van de toekomst?Uiteindelijk draait het om de vraag: Hoe vertaal je al die ideeën naar de praktijk, naar aantallen werklui, naar nieuwe vaardigheden? Ieder kan daar aan bijdragen vanuit zijn eigen rol, zolang je maar samen aan het hogere doel werkt: voor nu en in de toekomst voldoende vakbekwame medewerkers om de energietransitie waar te maken.. Daar zijn ook best goede voorbeelden van, Zo helpt een groot bedrijf als Essent, ook de toeleverende mkb-bedrijven met aantrekken en opleiden van nieuwe mensen.”

Niet vergeten mag worden dat de arbeidsmarkt een sterk regionaal karakter heeft. “In Noord-Holland ziet dat er anders uit dan in bijvoorbeeld Limburg. De energieregio’s houden daarmee rekening in hun regionale energiestrategieën. Tegelijk vind ik het van groot belang dat regio’s van elkaar leren en goede initiatieven breder worden geïmplementeerd.”

"Het is van belang dat de Topsector Energie een aanjaagrol blijft vervullen in het tot stand komen van de learning community’s"

De Topsector Energie kan volgens Knoef daarnaast nog een leemte opvullen in het landschap van opleidingen en banenmarkt: “De Topsector Energie vervult samen met de andere topsectoren een belangrijke rol in de arbeidsmarkt door de overkoepelende Human Capital Agenda Roadmap. Het is van belang dat de Topsector Energie een aanjaagrol blijft vervullen in het tot stand komen van de learning community’s, die bijdragen aan het bevorderen van de combinatie werken-leren-en innoveren. Zo kan de topsector de sleepboot zijn die de mammoettanker van het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt de goede kant opsleept.”

Het volgende interview verschijnt op 5 juli met Tinus Hammink en Jan Oosting. Hij is directeur van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise (SEECE) vanuit de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Jan Oosting is daar programmamanager en is verantwoordelijk voor de human capital agenda, waaronder de ontwikkeling van hbo-leerroutes voor nieuwe studenten in samenwerking met partnerbedrijven.