Systeemdenken kan niet zonder link tussen model en praktijk

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
TKI Energie en Industrie
TKI Urban Energy
Systeemintegratie
|
Theo Rieswijk

Topsector Energie in gesprek met Theo Rieswijk. Hij nam als ‘innovator’ namens Priva regelmatig deel in projecten als partner in de programmalijn Slim en flexibel E-systeem. Priva heeft 450 werknemers en biedt diensten, hard- en software aan voor de optimalisering van klimaatbeheersing in gebouwen en glastuinbouw. Als deelnemer aan onderzoekprojecten naar gebouwsystemen onder de topsector fungeert het bedrijf vooral als interface tussen onderzoeksinstituten, installatiebedrijven en gebouwbeheerders.

Het is geen gewaagde uitspraak om te zeggen dat mede dankzij het werk onder de Topsector Priva inmiddels een paar internationaal gewilde diensten en producten levert. “We waren al een van de wereldleiders in optimaliseren van klimaatbeheersing in de glastuinbouw,” zegt Theo Rieswijk, nu 28 jaar in dienst van Priva. “We hebben sinds de jaren negentig ook een leidende positie in gebouwbeheer in Nederland en venten dat uit via dertien buitenlandse kantoren.”

Innovatieafdeling

Rieswijk heeft vanaf 2008 tot 2017 bij de innovatieafdeling binnen Priva gewerkt. Dat team was voor Priva een belangrijke aanjager op diverse terreinen en was ook partij in TKI-projecten (Topconsortium voor Kennis en Innovatie) en is nu binnen het bedrijf uitgewaaierd naar de verschillende markten. Rieswijk: “TKI-projecten hebben ons veel opgeleverd, in kennis en in producten. Wij zijn altijd al een partij die zelf veel wil begrijpen van het proces, de hele keten voor verwarmen van kassen of gebouwen. Dat is dus meer dan een thermostaat of klimaatbeheersingssysteem neerhangen en verwarmen maar. Wij kennen de systemen: de warmtepompen en -ketels, warmtekrachtinstallaties, warmte/koudeopslag, bufferen van warmte, diepe aardwarmte, en de klimaatbeheersingssystemen. Maar het gaat uiteindelijk om het toepassen van al die schakels op een manier die zo zuinig mogelijk veel comfort biedt, of in kassen een zo gunstig mogelijk klimaat.”

Dat vraagt een manier van systeemdenken die Rieswijk zich in de loop der jaren heeft aangeleerd. “Uitgangspunt is steeds de ‘klimaatbubbel’ rondom de mensen in een gebouw. Als het op de werkplek maar comfortabel is, dan doet het er minder toe dat het aan de buitenmuur wat minder warm is. Het leerproces begon voor mij rond 2009, toen ik bij TNO deelnam aan Building Brains, een programma met 200 mensen uit de aannemerij, architectuur, installatiesector, universiteiten en kennisinstituten. Daar heb ik zo veel geleerd over klimatiseren en comfort! Die opbouw van kennis liep door in de Topsectorprojecten, waar ik wel echt holistisch ben gaan denken.”

Sparren

Als gepromoveerd elektrotechnicus fungeert Rieswijk graag als link tussen al die verschillende partijen. “Het is heel nuttig om twee kanten op te kunnen sparren: met de onderzoekers en de modellenbouwers aan de ene kant, en met de mensen in de praktijk, dus bijvoorbeeld met de installateurs, aan de andere kant. Te vaak heb ik gehoord dat energiebesparing en méér comfort niet samen zouden gaan. Maar het is eigenlijk niet meer dan een kwestie van slimmer inzetten van je middelen. Dan moet je wel goed begrijpen wat de wisselwerking is tussen gebouw, warmtepomp, warmtewisselaar.”

“Je moet de wisselwerking tussen gebouw, warmtepomp, warmtewisselaar goed begrijpen. In Topsectorprojecten ben ik wel echt holistischer gaan denken.”

Zijn werkgever stelt juist scherp op dat ‘tussenstuk’. Rieswijk noemt de fijnafstemming van een warmte/koudeopslagsysteem als voorbeeld. “Dan moet je aan elkaar knopen wat er boven en onder de grond gebeurt. Als je de bron ’s winters gebruikt maar ‘s zomers niet weer goed oplaadt met warmte, loop je risico dat je bron snel niet meer functioneert. Al die puzzelstukjes—apparaten, bron, logistiek, comfort—moet je wel aan elkaar kunnen leggen. De Topsector legt de lijnen langs de ketens die we op andere plaatsen weer tegenkomen en kunnen gebruiken. En de persoonlijke contacten, die zijn minstens even belangrijk.”

Optimaal programmeren

Het bedrijfsmodel van Priva zit in het leveren van apparaten en diensten die - bovenop de al aanwezige klimaatbeheersing en andere apparatuur - zorgt voor het optimaal functioneren van al die onderdelen. “In de glastuinbouw hebben we al geleerd hoe je ‘ontologisch’ programmeert. Dan nemen we dus ook de weersomstandigheden mee, de prijs van energie, de luchtcirculatie, soms ook de verlichting. Die holistische aanpak gebruiken we nu in meer dan honderd gebouwen in Nederland, sommige groter dan 30.000 m2.”

Het vlaggenschip dat mede uit Topsector-werk voortkomt is een dienst ‘in de cloud’ genaamd Priva ECO (Energy Comfort Optimizer). “Daaraan werken veertien mensen met kunstmatige intelligentie aan een optimaal binnenklimaat voor utiliteit, met een energiebesparing van wel 15 tot wel 40%. En naar de woningbouw kijken we nu ook. Dat werkt natuurlijk anders, qua verblijfstijd van de gebruikers. Maar ook daar gaat het om aan elkaar verbinden van de grids voor warmte en stroom. Met als extra probleem: hoe verdeel je de kosten en baten van die collectieve systemen eerlijk? Betaalt iemand in een wijk met een zwak stroomnet wel evenveel voor het opladen van zijn elektrische auto als iemand in een buurt met een nieuw net?”

Kunstmatige intelligentie

Rieswijk werkt nu met dataspecialisten aan een intelligent systeem in de ‘cloud’ dat ook zichzelf kan trainen met data. “Nu gaat het nog vooral om: wat kan je systeem? Dat vergt veel verzamelen van data. In de volgende stap kunnen we ook modelleren hoe het systeem werkt als je een verwarmingsketel vervangt door een warmtepomp.”

“Zonder dit type systeemdenken en creativiteit gaan we in de gebouwde omgeving niet snel genoeg vooruit”

Rieswijk is ervan overtuigd dat dit soort systeemdenken de BV Nederland vooruit kan helpen. En natuurlijk het eigen bedrijf. “In deze systemen zit dertig jaar kennis over regeltechniek en informatietechnologie, goed beveiligd, dus daarvan gaan wij profiteren. Maar we gebruiken dit met onze partners. Zonder dit type systeemdenken en creativiteit gaan we in de gebouwde omgeving niet snel genoeg vooruit.”

Het volgende interview verschijnt op 17 mei met Wilbert Prinssen, Technolution, partner in Slim en Flexibel E-netwerk.