Samenwerking als het sleutelwoord voor de elektrificatie in de industrie

Nieuwsbericht |
TKI Energie en Industrie
|
EIES 2020

Elektrificatie in de industrie, ofwel de overgang van fossiele naar duurzame elektrische energie en het uitbannen van CO2-uitstoot: het is makkelijker gezegd dan gedaan. De routekaart elektrificatie is een goede eerste stap, duurzame waterstof een van de mogelijke routes. Maar bovenal is het belangrijk dat de hele waardeketen samenwerkt.

Tijdens de European Industry & Energy Summit 2020 introduceerde TKI Energie & Industrie-directeur Rob Kreiter de routekaart elektrificatie in de industrie: ‘De industrie en de sector voor duurzame energie moeten elkaar in de toekomst echt gaan vinden. Beide partijen willen graag weten welke stappen en randvoorwaarden daarvoor nodig zijn. Daarvoor ontwikkelen we de routekaart elektrificatie.’ De industrie en de duurzame energiesector vormen het hart van de routekaart, maar er zijn ook belangrijke rollen weggelegd voor de overheid en infrastructuurbedrijven. De routekaart biedt vijf verschillende perspectieven op elektrificatie: technologisch, economisch, commercieel, organisatorisch en publiek. Kreiter: ‘Voor elk van de vijf gebieden laat de routekaart zien wie op welk moment welke stappen dient te nemen, en welke technologieën op welk moment op schaal beschikbaar zullen zijn.’

Elektrificatie om de klimaatdoelen te behalen

Verschillende partijen zien de routekaart als waardevol middel om de elektrificatie van de industrie te versnellen. Zo noemde directeur Topsector & Industriebeleid David Pappie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het cruciaal dat er een goed en realistisch beeld komt van de vraag en het aanbod naar duurzame energie in de toekomst: ‘Zo kunnen bedrijven nu de juiste keuzes maken over in wat voor technologieën ze investeren.’ En dat is belangrijk, beaamde Alice Krekt van Deltalinqs, dat de belangen van 95% van de logistieke, haven- en industriële bedrijven in mainport Rotterdam vertegenwoordigt: ‘Zonder elektrificatie wordt het moeilijk om de klimaatdoelen te behalen.’

Steven Engels, algemeen directeur Benelux van energiebedrijf Ørsted, gaf in de sessie direct aan waar volgens hem de schoen wringt: ‘De grootste uitdaging voor elektrificatie is een kip-en-ei-probleem: de offshore windindustrie zegt dat er geen vraag is voor duurzame stroom, terwijl de industrie zegt dat er geen aanbod is om elektrificatie te verwezenlijken.’ Volgens TKI-directeur Kreiter is samenwerking in de gehele waardeketen dan ook het sleutelwoord in het versnellen van elektrificatie: ‘De industrie en de duurzame energiesector hebben behoefte aan zekerheid. Daarom moeten zij elkaars wereld leren kennen en elkaars taal leren spreken.’ TKI Energie & Industrie (E&I) is ervan overtuigd dat het potentieel van elektrificatie groter is dan er nu uitkomt, en wil de twee werelden daarom graag samenbrengen middels de routekaart. Dat doet TKI E&I samen met DNV GL en TNO, die in kaart brengen wat precies het potentieel van elektrificatie is voor de Nederlandse industrie.

'We moeten gezamenlijk in actie komen'

Dat gezamenlijk optrekken van sectoren cruciaal is, bleek ook uit de paneldiscussie met Kreiter, Groningen Seaports-CEO Cas König, Eveline Otten van het Energietransitieteam van Shell Nederland en directeur Public Affairs van Eneco Ron Wit. Shell en Eneco onderkennen het potentieel van elektrificatie en zijn actief op zoek naar manieren om dat doel te realiseren. Volgens König is het belangrijk om niet op elkaar te wachten: ‘We moeten nu echt gezamenlijk in actie komen en vol de keuze voor elektrificatie maken. In onze haven investeren we miljoenen in infrastructuur voor groene waterstof en biochemie, dan zullen er vanzelf bedrijven volgen.’

Hydrohub Innovation Platform

Een concreet voorbeeld van een groene route die in de sessie naar voren kwam, is het Hydrohub Innovation Program van het Institute for Sustainable Process Technology. Programmamanager Carol Xiao legt uit dat het ISPT industrieclusters en stakeholders probeert samen te brengen: ‘Je moet elkaar eerst begrijpen, daarna ga je op zoek naar je eigen belang.’ Zo werkt ISPT aan duurzame waterstof op gigawatt-schaal voor gebruik in de industrie, opgewekt door elektrolyse tegen kosten die vergelijkbaar zijn met fossiele waterstof. Xiao: ‘De routekaart helpt ons erbij om te bekijken welke stappen daarvoor nodig zijn. Ik heb er vertrouwen in dat we de technologische uitdagingen van groene waterstof zo kunnen oplossen en er komende jaren grote complexen voor elektrolyse zullen verrijzen, inclusief infrastructuur om de energie naar de industrie te krijgen.’

Trial and error accepteren

Ook Marieke Visser van Wind Meets Industry en Afkenel Schipstra van energiebedrijf Engie vinden samenwerking van doorslaggevend belang in het dichten van de kloof tussen industrie en de duurzame energiesector. Uit de paneldiscussie die zij met Xiao hadden kwam ook naar boven dat het tijd voor actie is. Schipstra: ‘We hebben een visie en een strategie nodig, maar daarnaast ook iemand die zegt: kom, we gaan het echt doen. Anders blijft het bij een visie.’ Visser ging ook in op het idee dat we met een kip-en-ei-probleem zitten: ‘We moeten ons niet meer door het kip-en-ei-idee laten verlammen, maar door het probleem heen breken. Het is tijd voor innovatie, daar hoort ook trial & error bij. Dat moeten we accepteren.’

In zijn afsluitende woorden op de sessie kon Rob Kreiter zich in grote lijnen vinden in de woorden van Visser: ‘We zitten misschien met een kip-en-ei-probleem, maar er zijn ook voldoende oplossingen besproken. Veel partijen doen al wat ze moeten doen, nu is het zaak om de elektrificatie van de industrie op basis van vertrouwen vanuit de waardeketen als geheel in gang te zetten. Zodra iemand de eerste stap neemt, zal dat voor meer vertrouwen zorgen en zullen meer stappen van anderen volgen. De routekaart is een goed startpunt, maar zal niet het einde van het elektrificatieproces zijn.’

De hele uitzending kunt u hier terugkijken