“Pyrolyse-olie wordt een commodity en wij staan er goed op”

Nieuwsbericht |
TKI Biobased Economy
Topsector Energie in gesprek
|
beld

Topsector Energie in gesprek met Bert van de Beld. Hij is als Director Technology bij BTG partner in de kennisnetwerken Biobased Economy (BBE+) en Maatschappelijk Verantwoord Innoveren. Met dertien BBE+ projecten en één MVI-project is BTG een prominente partner in de Topsector Energie.

BTG Biomass Technology Group BV is een bedrijf met 20 tot 30 personeelsleden en is sinds de jaren 90, als spin-off van de Universiteit Twente, bezig met biomassa. Pyrolyse is hun specialiteit: biomassa onder hoge temperatuur en in zuurstofarme omgeving omvormen tot een olie, en die vervolgens gebruiken in installaties.

Empyro

“We zijn al 25 jaar met deze ontwikkeling bezig en zijn nu met onze pyrolyse-technologie in de commerciële fase aangeland. Daar heeft de Topsector Energie essentieel aan bijgedragen,” zegt Van de Beld. “Die rol van de topsector is in elke fase weer anders: in de lab-fase, in de ontwikkeling, in de demo-fase. En als je aan het eind de klant wil bewijzen dat fulltime bedrijfsvoering betrouwbaar kan, heb je een forse inspanning nodig. Dat konden wij als mkb niet zelf dragen. Die laatste demo-fase onder de Topsector moest de showcase worden voor de markt.”

Dat is gelukt. De Empyro fabriek is nu al vijf jaar in bedrijf en de olie wordt toegepast in een industriële omgeving bij FrieslandCampina in Hengelo. Er werd een apart bedrijf opgericht, sinds 2019 onderdeel van afvalbedrijf Twence. “Zusterbedrijf BTG-BTL gaat nu ook installaties verschepen naar Finland en Zweden. Dat zijn installaties in de orde van 25 megawatt vermogen aan biomassa; de olie wordt ingezet voor warmteproductie en voor biobrandstoffen. Maar over tien jaar staan er duizenden MW, daar ben ik van overtuigd. Voor verwarming, als transportvloeistof, als grondstof voor chemie of raffinage: ik zie pyro-olie een soort commodity worden zoals aardgas of olie.”

Palet

Empyro is een opvallend succes van BTG, dat ook onderzoek doet naar een palet van toepassingen van pyro-olie: bijvoorbeeld als transportbrandstof na katalytische opwerking tot de juiste kwaliteit. Of als grondstof voor industriële processen via de elektrochemische processen. Of als grondstof voor verdere raffinage, voor toepassing in energieopwekking, transport of industrie. Of zelfs als creosoot-vervanger, dus door hout te verduurzamen met ‘vloeibaar hout’: hoe circulair kan een proces zijn?

In de meeste gevallen bedacht BTG de processen zelfs, en zocht het voor de uitwerking samenwerking met onder andere universiteiten, vaak onder de vlag van de Topsector Energie. “Natuurlijk hebben kennisinstellingen vaak een andere motivatie dan wij. Zij willen publicaties, of een proefschrift. Maar dat zit ons niet in de weg. Die motivaties vallen vaak samen. Wij hebben zelf ook veel academici, dus die kunnen zich goed verstaan met de universiteiten, zoals in dit geval vooral met de TU Eindhoven en de Rijksuniversiteit Groningen. Wij hebben ook geen probleem om onze onderzoeksvraag te formuleren. En wij doen toch meestal de stap erna, richting toepassing.”

 “Natuurlijk willen kennisinstellingen publicaties, of een proefschrift. Maar dat zit ons niet in de weg. Onze motivaties vallen vaak samen.”

IP

Voor een bedrijf als BTG is kennis business, dat moet worden beschermd als intellectual property (IP) in de vorm van octrooien en patenten. “IP is voor ons bij alle projecten wel van belang, op een of andere manier. Meestal is dat geen probleem, via Non Disclosure Agreements blijft de kennisuitwisseling met andere partijen prima. Maar het wordt een ander verhaal als er een concurrent in een project zou zitten.”

“Uiteindelijk vindt de kruisbestuiving en kennisuitwisseling tussen projecten op niveau van fundamentele vindingen vooral plaats bij kennisinstellingen, en die kennis is meestal vrij beschikbaar. Op niveau van de toepassing ligt de kruisbestuiving tussen verschillende projecten bij ons, maar dan wel onder IP. Het helpt niet dat kennisorganisaties zoals NWO zelf zo hameren op het verzamelen van octrooien en patenten. IP heb je nodig om te vermarkten, en dat is nu eenmaal niet de rol van kennisinstellingen, maar van ons. Ruw gezegd: in projecten doen wij de toepassing, en de kennisinstellingen het fundamentelere onderzoek. In zo’n samenwerking kunnen we onze vragen ook echt bij hen neerleggen.”

Financiering

Van de Beld ziet de meerwaarde van de topsector-structuren vooral in de financieringsmogelijkheden. “Die zijn essentieel, daar maakten we ook vóór de Topsector goed gebruik van. Wij kunnen niet zonder. Een consortium met partners kunnen we zelf ook wel maken, wij hebben zelf die contacten en de Topsector is daarin faciliterend. Al is het voor ons soms lastig om te weten bij welke TKI we moeten zijn: E&I, chemie, BBE+.”

De topsectorstructuur was voor Van de Beld niet altijd ideaal om een vinding richting markt te dragen. “TSE is voor Nederlandse partijen, en is ook geschikt om onderwerpen fundamenteel aan te kaarten. Maar richting markt is meer nodig. De Topsector leverde vaak de basis voor het deelnemen in grotere Europese projecten. Daarin zit wel echt een multiplier-effect.”

“Er waren soms hiaten, of modegrillen. Maar de Topsector Energie heeft echt een boost gegeven aan pyrolyse. We staan er internationaal goed op.”

Toppositie

“De Topsector Energie heeft echt een boost gegeven aan pyrolyse, zoals ook de regio Twente dat heeft gedaan. We staan er in Nederland dan ook internationaal goed op. Dat is tot stand gekomen dankzij de redelijke continuïteit in de programma’s. Er zaten soms wel eens hiaten, of modegrillen—zoals de jarenlange voorkeur voor vergassing in de programma’s. Maar een ontwikkeling van lab tot toepassing neemt vaak wel tien, vijftien jaar in beslag. Hoe grillig ook, wij zijn blijven geloven in pyrolyse en we lijken gelijk te krijgen.”

Het volgende interview verschijnt op 14 juni met Herman Klein Teeselink (directeur HoST), partner in het BBE+ netwerk.