“Onze kracht zit in de keten”

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
TKI Wind op Zee
|
Lettink

Topsector Energie in gesprek met Stefan Lettink. Hij is marktdirecteur offshore wind bij Royal IHC (www.royalihc.com), partner in het kennisnetwerk Wind op Zee. Royal IHC ontwerpt en bouwt schepen en materieel in de offshore-sector en heeft een grote track record in het leveren van sustainable offshore systemen. Royal IHC doet mee aan een tiental Topsectorprojecten.

Het wordt eigenlijk bevestigd door iedereen in deze sector: TKI Wind op Zee en de FLOW- en GROW-programma’s die daarmee nauw verbonden zijn, zijn een sleutel tot de successen in offshore windenergie op de Noordzee. En daarmee voor de exportpositie van Nederland in deze sector.

Stefan Lettink zegt het niet anders. Als marktdirecteur offshore wind ontwikkelt hij tevens nieuwe business van Royal IHC in deze sector: “Offshore wind is nog een relatief jonge markt, met enorm snelle ontwikkelingen. We zijn in zeven jaar tijd gegroeid van windturbines met drie megawatt vermogen naar molens van twaalf tot veertien MW! Dat is op zichzelf al een enorme drive voor onze industrie, want dat stelt steeds nieuwe eisen aan de equipment en schepen voor de fundatie en turbine installatie, maar ook voor schepen voor kabels leggen en windpark onderhoud.”
“Bij de toenemende turbinecapaciteit worden ook de belangen steeds groter. De kosten voor ‘down time’ van een turbine worden hoger. Dat vereist geavanceerdere Service Operations Vessels, om ook onder slechte weersomstandigheden service technici op een veilige manier over te zetten op een windturbine.”

TKI Wind op Zee heeft veel innovaties in deze richting opgeleverd, vindt Lettink. “Dit laat ook zien: innovatie kan alleen maar als de hele keten betrokken is. Je kan wel een goed idee hebben, maar het moet wel door alle stakeholders in de keten gedragen worden voordat het toegepast kan worden. Alleen zo valt ‘technology push’ samen met ‘market pull’.”

“Innovatie kan alleen maar als de hele keten betrokken is. Je kan wel een goed idee hebben, maar het moet wel door alle stakeholders in de keten gedragen.”

Sprongen

Lettink ziet dat de innovatie in offshore wind verloopt in relatief kleine stappen. “Het is een kapitaalintensieve industrie die risico’s beperkt, waarbij juist de laatste TRL-niveaus het lastigst zijn. Aan de andere kant is de beschikbare time-to-market kort. In heel korte tijd zijn de turbines in vermogen vier keer zo groot geworden. Het leveren van een proof-of-concept of proof-of-technology vereist nóg meer focus, nóg meer funding.”

Weliswaar ontbreken in Nederland de grote windturbinebouwers, maar in de bouw van windparken voor de kust heeft Nederland een sterke positie ontwikkeld, mede dankzij de uitgebreide offshore en maritieme ervaring. “Wij kennen elkaar van Topconsortium- of GROW-dagen, van projecten, we vinden elkaar gemakkelijk. Veel bedrijven zitten binnen dertig kilometer van elkaar, rond de regio Rotterdam/Papendrecht/Delft. Een soort ‘Silicon Valley’ voor offshore dus. Ook zijn er veel startups te vinden. En doordat mensen relatief gemakkelijk van het ene naar het andere bedrijf verhuizen krijg je ook kruisbestuiving.”

Tempo

Toch worden er nog wel eens kansen gemist, denkt Lettink. “En het tempo kan verder omhoog. Dat heeft ook te maken met financiering. Subsidies zijn ook een hefboom om intern financiering los te krijgen. Tegelijkertijd zou de organisatie van de subsidies misschien iets eenvoudiger opgezet kunnen worden.”

Maar in de basis staat de windenergiesector er goed op, ook internationaal. “Op gebied van de installatie van windparken, en de schepen en equipment die hiervoor nodig zijn, zijn we onderscheidend. We plukken ook als Royal IHC de vruchten daarvan in Europa, en ook in Azië. Maar om succesvol te blijven in deze competitieve markt, nog steeds gedreven door lage kosten, is het noodzakelijk om innovatief te blijven.”

Gezamenlijk belang

Het buitenland kijkt met interesse naar de ontwikkelingen in Nederland, zegt Lettink. “Wij zijn binnen IHC Offshore Energy bezig met het ontwikkelen van een ‘autonomous’ service operations vessel, dus een schip met een soort automatische piloot, waarmee de meest efficiënte route door een park kan worden bepaald en worden gevolgd. Bovendien zal dit systeem ook taken van de bemanning kunnen overnemen, waardoor op termijn minder bemanning nodig is, en de operationele kosten verder dalen. Dit project, uitgevoerd in samenwerking met MARIN, is mede gefinancierd door TKI Wind Op Zee.

Connecting the dots to create intelligent SOVs (blog)

Verder hebben we met een consortium van bedrijven een projectvoorstel ingediend voor het optimaliseren van de planning van het onderhoud aan een windpark: hoe plan je dat het beste in een groot park met 100 turbines? Daarbij spelen veel aspecten een rol. Denk aan de route door een park, de weerscondities, te onderhouden turbines en de grotere belangen die spelen. Dan wordt data-gedreven onderhoudsplanning steeds interessanter. Op die manier kun je brandstofkosten besparen en de uptime van turbines verhogen. Hierbij is samenwerking tussen de verschillende systemen noodzakelijk. Zonder TKI-verband zou je misschien uit het oog verliezen dat zoiets een gezamenlijk belang is.”

“We gaan verder de zee op, de windturbines gaan drijven. We zouden best iets meer aan industriepolitiek mogen doen, zoals ook in verschillende andere landen wordt gedaan”

Lettink ziet goede perspectieven voor verdere innovatie in de komende tien jaar. “We gaan verder de zee op, de windturbines gaan drijven. Dat is nu nog wat duur, maar de kosten gaan omlaag.” Lettink heeft dan ook nog wel een verlanglijstje: “Subsidie voor technologische innovatie en een samenwerkingsverband zoals onder de topsector blijven nodig. De innovatie-eis bij aanbesteding van windparken zie ik niet als een stimulans, het werkt soms zelfs averechts. Qua innovatie zou ik ervoor willen pleiten bij subsidieverlening niet alleen te kijken mogelijke besparingen op kosten, maar ook aspecten als veiligheid, of CO2-uitstoot in de evaluatie mee te nemen. En we zouden best iets meer aan industriepolitiek mogen doen, zoals ook in verschillende andere landen wordt gedaan.”

Het volgende interview verschijnt op 9 augustus augustus met Jaap Beijersbergen is directeur van Levitech en zat in dertien projecten in het kennisnetwerk Zon PV.