‘Nederland Techniekland’ is nodig voor de Energietransitie

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
Human Capital Agenda
|
.

Topsector Energie in gesprek met Judith van Heeswijk. Zij is bij brancheorganisatie Techniek Nederland belast met ontwikkeling, scholing, onderwijs en arbeidsmarkt. 6.300 grote en mkb-bedrijven zijn hierbij aangesloten. Techniek Nederland speelt een centrale rol in het optuigen van de vernieuwing op de arbeidsmarkt voor technisch personeel, onder andere als prominente partner in het kennisnetwerk Human Capital Agenda van de Topsector Energie.

Beleidsmakers, partijen binnen het Klimaatakkoord en ook de Topsector Energie benadrukken de laatste jaren als nooit tevoren dat de energietransitie niet haalbaar is zonder voldoende technische vakmensen. Judith van Heeswijk schetst de situatie: “De arbeidsmarkt voor technisch personeel biedt nu al ruimte voor pakweg 20.000 mensen extra, op een totaal van 140.000. Voor de energietransitie zijn nog eens zo’n 20.000 nieuwe mensen nodig.”

Hoewel het tekort aan menskracht voor bijvoorbeeld installeren van technische systemen in gebouwen en woningen, infrastructuur en industrie niet bepaald nieuw is, ziet Van Heeswijk het denken veranderen. “De Human Capital Agenda is in 2015 toegevoegd aan het programma van de topsector. Dat had best eerder gekund. Maar de Topsector heeft in elk geval stevig bijgedragen aan een betere dialoog tussen de academische wereld en het hogere en het middelbare beroepsonderwijs. Dat waren voorheen verschillende werelden.”

Learning community’s

Van Heeswijk noemt een paar voorbeelden: “Het hbo krijgt nu een stevige onderzoekscomponent. Een belangrijke rol spelen ook de Centres of Expertise van de hogescholen, en de ‘learning community’s’.  Daarin leren mensen die zijn opgeleid in verschillende disciplines van elkaar over een specifiek onderwerp, zoals aardgasvrij maken van wijken of de toepassing van waterstof. En zo zijn er meer voorbeelden waarin de samenwerking tussen bedrijven en onderwijs beter tot zijn recht komt. Voor onderwijsinstellingen is het goed om met concrete vragen uit bedrijven en samen mét bedrijven aan de slag te gaan. Er zijn al verschillende goede voorbeelden van dergelijke succesvolle publiek-private samenwerkingsprojecten.”

Het is niet zo gek dat de extra aandacht voor technische vakmensen, ook vanuit de Topsector, pas een paar jaar geleden op stoom kwam. “De Topsector gaat over innovatie, de technieksector adviseert, plaatst en onderhoudt technische systemen op het gebied van klimaat, elektrotechniek, sanitairtechniek en koeling. De beroepspraktijk had tot voor kort beperkte raakvlakken met innovatie, maar inmiddels is dat wel anders. De energietransitie belandt nu in de fase waarin toepassing van innovaties aan de orde is. De markt vraagt nu onder meer om warmtepompen en zonnepanelen, maar het duurt jaren voordat daarvoor voldoende monteurs beschikbaar zijn. Dat gat is nog niet gedicht.”

Industrialisatie

Van Heeswijk ziet kansen om de voortgang te bespoedigen. “Ik ben groot voorstander van wat ik ‘reversed engineering’ noem: bepaal eerst bottom-up waar het probleem zit, en bepaal dan ‘top-down’ waar je moet investeren in innovatie. Innoveren moeten we leren, niet alleen qua technologie, maar ook als het gaat om sociale innovatie. Wat betekenen nieuwe technologieën, zoals warmtenetten of aansluiten van zonneparken voor de beroepspraktijk? Hoe passen de bedrijven zich daaraan aan?”

"De processen moeten slimmer worden ingericht. Die kennis moet terecht komen bij alle bedrijven, ook bij de duizenden kleinere bedrijven."

“Net als in de bouw is ‘industrialisatie’ nodig om de grote hoeveelheid werk beter aan te kunnen. Maar dat gaat vooral over nieuwbouw. Bij ons ligt het accent ook op de bestaande bouw, met grote nadruk op service en onderhoud. Om de enorme uitdaging van de energietransitie aan te kunnen moeten vooral de processen slimmer worden ingericht. Die kennis moet terecht komen bij de bedrijven. Niet alleen bij de grootste bedrijven—die hebben de kennis al vaak in huis—maar ook bij de duizenden kleinere bedrijven.”

Procesinnovatie

“Bedrijven zijn gewend aan snelle veranderingen. De technische ontwikkelingen gaan razendsnel, er komen voortdurend nieuwe systemen op de markt. Ook de normering is contant in ontwikkeling. Monteurs zijn dus al gewend aan permanente bijscholing. Ze moeten regelmatig hun veiligheidscertificaten halen en nieuwe systemen leren installeren. Procesinnovatie is een stuk ingrijpender. Je moet wel mee kunnen en willen. Welke richting kiest een bedrijf met gasmonteurs als geisers en cv-ketels gaan verdwijnen? Ondernemers en hun medewerkers moeten keuzes maken, Techniek Nederland faciliteert de kennisontwikkeling en het onderwijs ondersteunt dat.”

Van Heeswijk ziet geen onoverkomelijke drempels voor het binnenhalen van nieuwe technici. “In de kern blijft het vak een combinatie van werktuigbouwkunde en elektrotechniek. De scheidslijn tussen beide vakgebieden vervaagt, zoals dat ook tussen bouw en de techniek het geval is. Dat is ook noodzakelijk want verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt om een integrale aanpak. Het is mede aan de Topsector Energie om te onderzoeken hoe we dat met behulp van innovatie optimaal vorm kunnen geven.”

"De scheidslijn tussen werktuigbouwkunde en elektrotechniek vervaagt, zoals ook tussen bouw en techniek. Verduurzaming van de gebouwde omgeving vraagt om een integrale aanpak."

Er vallen nog wat knopen te ontwarren om de arbeidsmarkt voor technici klaar te stomen voor de energietransitie. “Op alle niveaus moeten we meedenken hoe we vraag en aanbod bij elkaar brengen. Daar moet alles voor in het werk worden gesteld: nationaal, regionaal, interregionaal en zelfs op Europees niveau met de Green Deal. We hebben een grote uitdaging met het flexibiliseren van het onderwijs als het gaat om bij- en omscholing. We kunnen de wendbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt vergroten door meer te kijken naar de vaardigheden van mensen, in plaats van naar hun opleiding of voorgeschiedenis alleen.”

Optimisme overheerst bij Van Heeswijk. “Er zijn al prachtige initiatieven, die moeten we in de etalage zetten. Positieve voorbeelden in een bepaalde regio worden op die manier snel overgenomen in andere delen van het land. Op die manier kan Nederland in de techniek dezelfde hoge innovatiegraad realiseren als we ook in bijvoorbeeld de waterbouw hebben.”

Het volgende interview verschijnt op 12 juli met Kees Biesheuvel, Technology Innovation Manager at DOW Benelux, over de programmalijn Efficiency en Circulair Industrie.