Met de lift naar het offshore werkplatform

Nieuwsbericht |
TKI Wind op Zee
|
z

In twee jaar tijd heeft Z-Bridge een volledig operationeel Bring-to-Work systeem ontworpen en op de markt gebracht. De diagonale lichtgewicht telescooplift is bij uitstek geschikt voor de kleinere schepen zoals CTV’s. Hoe je door op een andere manier naar hetzelfde probleem te kijken, tot een innovatieve oplossing komt waar de offshore windindustrie om zit te springen. De grootste puzzel voor directeur Bastiaan Spruit is nu om op een verstandige manier op te schalen.

Voor welk probleem hebben jullie een oplossing gevonden?

“Bij de constructie en het onderhoud van windturbines worden werknemers vaak met kleinere boten naar het offshore windpark gebracht. Deze Crew Transfer Vessels (CTV’s), leggen aan bij een bootlanding, waarna de werknemers via de trap omhoog klimmen naar het werkplatform. Veel bedrijven willen daar vanaf vanwege de hoge investerings- en operationele koste. Bovendien kun je maar op één plek aanlanden. Voor de grotere Service Operational Vessels (SOVs) raken Walk-to-Work systemen steeds meer ingeburgerd. Daarbij gaat het personeel eerst met de lift omhoog om vervolgens horizontaal over een loopplank naar het platform te lopen. Deze W2W-systemen zijn echter te groot en zwaar voor CTV’s. Bedrijven vragen zich steeds meer af of die grote schepen wel de juiste omvang hebben voor onderhoudswerkzaamheden.”        

Wat houdt jullie oplossing in?

“Wij hebben een lichtgewicht, volledig beweging-gecompenseerd Bring-to-Work systeem ontwikkeld voor CTV’s. Maximaal zes werknemers stappen in een trolley, die ze over een rails op een telescooparm diagonaal naar het hoger gelegen werkplatform brengt. De telescooparm kan tot 39 meter worden uitgeschoven en kan zo vanaf het dek een hoogte van 10 tot 24 meter overbruggen. De meeste platforms in Europa en Amerika bevinden zich op 18-20 meter. De trolley kan ook 1000 kilo aan gereedschap en componenten transporteren naar het platform. En tenslotte kan de telescooparm dienst doen als een beweging-gecompenseerde hijskraan die 3 ton goederen vanaf de boot naar de windturbine kan hijsen.” 

Wat is zo baanbrekend aan jullie oplossing?

“Dit is het allereerste Bring-to-Work systeem en de eerste overzettingsmethode die speciaal ontworpen is voor CTV’s. We hebben het probleem om mensen vanaf een boot veilig over te zetten op een windturbine helemaal anders benaderd. We wilden een systeem ontwikkelen waarmee je op kosten en brandstof bespaart. Ontwikkelingen in W2W-systemen zijn variaties op hetzelfde principe. Mijn collega Reinout Prins - grondlegger van het W2W-systeem - is op een andere manier naar hetzelfde probleem gaan kijken. De kortste route tussen twee punten is nog altijd een rechte lijn. Als je dat niet lopend kunt doen, moet je dus iets verzinnen waarbij je niet hoeft te lopen. Zo kom je stap voor stap verder. Het resultaat lijkt op een verhuislift, al is dat niet de inspiratiebron geweest.”

Wat zijn de voordelen van jullie Bring-to-Work systeem?

“De hele constructie weegt slechts 27 ton. Ter vergelijking: ons eigen W2W-systeem weegt 55 ton. Het is daardoor geschikt voor kleinere schepen, maar natuurlijk ook voor grotere. Het bereik van arm is flexibel, van 10 tot 22 meter, zonder dat je daar de boel voor hoeft te verbouwen. Het zijn in feite drie machines in één: 6 mensen of 1 ton transporteren of 3 ton hijsen. De bewegingscompensatie hebben we aangepast voor een CTV, waardoor je mensen veilig kunt overzetten. Het Bring-to-Work systeem is een soort module die je met een standaard kraan aan boord kunt hijsen en binnen 24 uur operationeel is. Dat maakt het voor kortdurende projecten ook erg aantrekkelijk. Omdat onze constructie minder hydraulische kracht nodig heeft en CTV’s slechts 20% van de brandstof van een groot schip gebruiken, zijn het energiegebruik en de CO₂-uitstoot significant lager.”

Waar staan jullie nu?

“Het is razendsnel gegaan. We zijn eind 2019 begonnen met het ontwerp. Vorig jaar hebben we het systeem getest. Na een paar aanpassingen heeft Ørsted in maart dit jaar het eerste full scale commerciële systeem op een CTV in gebruik genomen ten behoeve van de constructie van het Britse Hornsea II windpark. De eerste ervaring zijn heel positief. We bouwen nu het tweede en derde systeem, die in augustus gereed moeten zijn. Voor het tweede systeem hebben we al een klant, voor het derde zijn we in gesprek met meerdere klanten. De belangstelling is groot.” 

Wat zijn jullie uitdagingen?

“Voor ons systeem hebben we heel wat mechanische uitdagingen moeten overwinnen. Om bewegingen te compenseren met een lichtgewicht constructie op een klein schip, moesten we het zwaartepunt laag houden. En een trolley soepel over een rails op een uitschuifbare telescoop te laten lopen, is ook een uitdaging. Er zitten heel veel slimmigheid in. De grootste puzzel is nu om stap voor stap te groeien. We willen niet in alle haast gaan bouwen. Onze organisatie moet het ook kunnen bijbenen. Je moet goed nadenken op welke momenten en op welke manier je wilt opschalen. We willen twee systemen per half jaar bouwen. Ook al hadden we geld en klanten voor tien systemen dan zouden we dat nog stap voor stap doen.”

Wat zijn jullie vervolgstappen?

“We krijgen meer bekendheid, zeker door Ørsted als klant. Zelfs voor heel andere toepassingen, zoals het loodswezen. Je wilt niet weten hoe een loods vanaf zo’n klein bootje op een containerschip klimt. Of voor drijvende windparken. Daar spelen heel andere bewegingen, maar die bedrijven vragen ons nu om te bekijken hoe B2W deze bewegingen kan compenseren..”

Wat hebben jullie aan TKI Wind op Zee?

“We waren finalist bij de Offshore Wind Innovators Award. Daardoor hebben we een podium gekregen om ons te laten zien in de offshore windindustrie. Je merkt dat het langzaam doorsijpelt in de markt. Het is heel goed om te laten zien dat een innovatie ook daadwerkelijk leidt tot implementatie in de markt.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Offshore Wind Innovators.

Lees meer over andere baanbrekende mkb-ers.