Leren om je vragen te formuleren

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
TKI Wind op Zee
|
Wouter Dirks

Topsector Energie in gesprek met Wouter Dirks. Hij is sinds 2015 manager R&D Van Oord. Van Oord heeft binnen het kennisnetwerk Wind op Zee meegewerkt aan diverse projecten en heeft daarmee bijgedragen aan de ontwikkeling van de basis van windturbine, waarop de gondel met de generator en de wieken wordt geplaatst.

Grote stappen

Offshore windenergie is nog relatief jong en kan nog veel kosten besparen. “Bij baggeren gaat dat vaak om halve procentjes, in wind op zee zijn dat procenten,” zegt Wouter Dirks. Op dat vlak noemt hij vier grote innovaties, die onder de vlag van Topsector Energie flinke stappen hebben gemaakt naar de markt. “We hebben nu veel meer kennis over de interactie tussen zeebodem en monopaal, wat veel kan bijdragen aan een slanker en goedkoper ontwerp van fundaties.  Andere grote innovaties heb ik gezien op het gebied van materiaalkennis, geluiddemping   en nieuwe heimethodes tijdens de bouw (ter bescherming van zeefauna, red). Dat laatste maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de monopalen ‘stil en slim’ de zeebodem in te kunnen drijven.”

 “De slipjoint is echt onder de Topsectorstructuur onderzocht en ontwikkeld tot wat het nu is. Tot in Taiwan is er interesse”

Maar de grootste innovatie zit wel in de nieuwe manier om turbines bovenop de monopaal te kunnen opbouwen: via de ‘slip joint’. De mast wordt niet langer via een stalen tussenstuk en bouten vastgeschroefd op de monopaal. Bij de nieuwe ‘glijverbinding’ zet het conische eindstuk van de turbinepaal zichzelf vast in een toelopend stuk van de monopaal, zeg maar als een tentstok verbinding. Veel eenvoudiger en dus goedkoper, maar niet zomaar gerealiseerd. Dirks: “Het idee om dit concept voor offshore toepassing geschikt te maken is echt onder de Topsectorstructuur onderzocht en ontwikkeld tot wat het nu is. In intensieve samenwerking met kennisinstituten zoals TU Delft en TNO, en industriële partners DOT en SIF is hier door onze eigen ingenieurs heel hard aan gewerkt. Het concept is gecertificeerd en wordt nu toegepast in een eerste 9,5 megawatt turbine in windpark Borssele V, in afwachting van nog bredere toepassing. Tot in Taiwan tonen bedrijven interesse.”

Overbruggen verschillen

Innovatie kent vele vaders, weet Dirks. “Je kunt vaak niet een vondst herleiden tot één partij. De meerwaarde zit vooral in de structurele samenwerking. Iedereen pakt daarin een rol; het uitwisselen van informatie is daarbij van groot belang. Het lastigst is, dat kennisinstellingen en industrie niet onderzoek doen vanuit dezelfde motivatie.  Wij zijn gericht op de markt, universiteiten bijvoorbeeld meer op het uitzoeken van interessante problemen door PhD’s. Een technische uitdaging die wij in de markt herkennen  is wetenschappelijk gezien niet altijd even interessant.”

“Maar ik moet wel zeggen dat de industrie vaak te afwachtend is. Wij formuleren onze vragen slecht, delen onze problemen niet. Soms zijn er ook gevoeligheden in IP-eigendom. Als je in zo’n samenwerkingsverband zit, is het belangrijk om elkaar te kunnen vertrouwen. Want soms moet je als bedrijf minder vasthouden aan je IP om vooruitgang te kunnen maken. Want andersom zorgt dat er ook voor dat kennisinstellingen gaan schakelen in het ritme van de industrie. Als je die flexibiliteit  kan opbrengen  krijg je  grote doorbraken.”

Uitwisseling van kennis

De portefeuille van TKI Wind op Zee omvatte in die acht jaar vele onderwerpen. “Die zijn niet altijd in goede onderlinge samenhang ontwikkeld,” zegt Dirks. “Er waren verschillende kanalen, elk met eigen financiering. Er waren ook wel matchmaking dagen waarin we elkaar tegenkwamen, maar daarmee kreeg je eigenlijk alleen contact tussen projecten die al dicht bij elkaar zitten. Maar de spin-off van resultaten naar andere onderzoeksgebieden was klein, laat staan naar gebieden buiten wind-op-zee. Terwijl ik me kan voorstellen dat onze kennis over bodem of sterkte van materialen, of over recyclen van de kunststof windturbinewieken ook elders in de wereld toepasbaar kan zijn. Het eerste in aardbevingsgebieden, het laatste voor kunststof bootjes.”

Faciliteren

Een stevige samenhang tussen verschillende projecten zag Dirks wel in GROW, het offshore-wind onderzoeksprogramma dat kan worden beschouwd als een directe spin-off van TKI Wind op Zee. “Binnen GROW en voorganger FLOW was de samenwerking intensief en geformaliseerd. Ook kwamen alle lijnen samen onder één programmaraad. Die kan daardoor ook onderlinge verbanden leggen en partijen samenbrengen.”

“Alle lijnen kwamen samen onder één programmaraad. Die kan onderlinge verbanden leggen en partijen samenbrengen”

Al met al denkt Wouter Dirks dat zonder TKI Wind op Zee en GROW niet zulke grote stappen konden worden gezet. “De Topsector faciliteert onderzoek in de hele supply chain, van OEM-leverancier van equipment tot aan de eindgebruiker. Zonder dat onderlinge begrip voor elkaars problemen en de samenwerking aan oplossingen zijn de stappen echt minder groot. Het is jammer dat de grote windturbinefabrikanten daar vaak nog niet bij zitten. Die hebben hun eigen programma’s en hebben waarschijnlijk ook meer moeite om kennis te delen en hun IP los te laten.”

Economisch potentieel

“Daarnaast zijn ook subsidie-instrumenten ontwikkeld die goed pasten bij die samenwerking. Wij hebben daarvan goed gebruik kunnen maken, en andersom hebben die subsidies ook geleid tot de gewenste kostenreducties. Maar we zijn er nog lang niet. Wind offshore zal steeds verder de zee op gaan, naar minder gunstige locaties. Dus die kostenreducties zullen we blijvend nodig hebben.” Als resultaat daarvan ziet Dirks wel veel exportpotentieel voor Nederlandse bedrijven als Van Oord. “Onze klanten hebben substantieel interesse in onze innovaties. Al moet dat nog wel materialiseren in grootschalige toepassingen in de komende jaren.”

Het volgende interview verschijnt op 26 juli met Peter Eecen, onderzoekleider windenergie TNO, partner in Wind op Zee.