“Kijk niet te veel naar enkele technieken, maar integraal naar processen”

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
TKI Energie en Industrie
|

Topsector Energie in gesprek met Kees Biesheuvel. Hij is Technology Innovation Manager at DOW Benelux. Hij is namens DOW nauw betrokken bij veel projecten binnen het kennisnetwerk Efficiency en Circulaire Industrie, dus bij industriële innovatie. De laatste jaren was hij ook Clusterdirecteur Warmte bij ISPT, een stichting waarin bedrijven samenwerken met kennisinstellingen. Van die projecten wordt een groot deel gefinancierd vanuit de Topsector Energie.

Anders dan bij wind-op-zee of zon-pv, is industriële innovatie een veelkoppig monster. Het gaat om honderden, zo niet duizenden verschillende processen. Hoe kan een innovatieprogramma die gedifferentieerde industrie door de Energietransitie heen innoveren? Een paar grote, vaak gemeenschappelijke onderwerpen domineren de Topsector Energie. Ten eerste: warmte. Kees Biesheuvel: “Dat is in grote delen van de industrie belangrijk. Probleem is alleen: de industrie beschouwt warmte als ondersteunend, een utility die je inkoopt. Het is dan lastig om bedrijven mee te nemen in innovatie. Ze kijken naar hun eigen toepassing. Neem bijvoorbeeld een warmtepomp. Hoe efficiënt die ook is, de uitdaging is vooral: waar past die in de fabriek en in het proces, hoe groot is de kans op uitval, hoe start de warmtepomp op samen met de rest van het proces? Dat is toch anders dan de gaskraan of de stoomklep openzetten.”

Naast warmte zijn scheidingsprocessen belangrijk. “Op dat onderwerp zitten bij Nederlandse universiteiten zomaar tientallen PhD’s. Die werken onder andere aan scheiding met membranen. Ook de aandacht en inspanning voor absorptie/desorptie-processen, ook wel affiniteitsscheiding, zijn heel groot: met behulp van een derde stof stoffen uit elkaar halen. Daarnaast wordt er nagedacht hoe je mnet elektriciteit stoffen direct kunt scheiden”

Winst

Hoeveel de Topsector Energie heeft bijgedragen aan vooruitgang op deze onderwerpen in de Nederlandse (proces)industrie is moeilijk te zeggen, vindt Biesheuvel. “Die onderwerpen zijn internationaal belangrijk. De grootste winst van de Topsector is misschien wel dat er steeds meer vertrouwen komt in dergelijke nieuwe technologie.”

“De grootste winst van de Topsector is misschien wel dat er steeds meer vertrouwen komt in nieuwe technologie”

Hij legt uit: “Bij industriële warmtepompen en membraanscheiding hebben we eerst een fase gehad van ‘uninformed optimism’, toen juist weer van pessimisme, maar nu weer van realisme. Er ontstaat meer bewustzijn bij de industrie.” Het industriële landschap, gedomineerd door die stalen destillatiekolommen, zal daarmee niet zomaar veranderen. “Sommige specifieke toepassingen kunnen niet zonder. Maar er is inzicht in de alternatieven. We zijn van de ‘technologische fase’ steeds meer in de ‘economische fase’ terecht aan het komen. De Topsector biedt eindgebruikers gelegenheid om met consultants hun warmtehuishouding door te lichten.”

“De Topsector zorgt er ook voor dat bedrijven elkaar opzoeken,” noemt hij als groot pluspunt. “Maar dat zou anders moeten, niet door sectoren, en dus concurrenten samen te voegen. Beter is zo’n Warmteplatform bij ISPT: daarin zitten bedrijven uit verschillende sectoren, zoals chemie, papier, glas. Daar kan je dus vrij kennis uitwisselen. Hoe los jij een probleem op? Daar zit de échte kruisbestuiving. Kijk dan niet meer alleen horizontaal naar innovatie, naar hoe je het TRL-niveau van een techniek één niveau hoger krijgt. Ik kijk liever verticaal, naar het eigen proces, en welke technieken je daarvoor nodig hebt.” Biesheuvel betreurt overigens wel dat de samenwerking met de Topsector Chemie, anders dan met energie, gebrekkig was. “Terwijl ik denk: dat fundamentele onderzoek aan synthese en katalyse willen wij graag vertalen in toepassing.”

Al is dat misschien niet voor elk bedrijf weggelegd: TKI E&I en ISPT geven de gelegenheid om verder vooruit te kijken. “In een denktank kan je meer strategisch, fundamenteel en abstract nadenken: Wat komt er op ons af? Bijvoorbeeld: gaan we vlees op een andere manier maken dan nu? De antwoorden komen pas later in zicht voor toepassing, maar daarover nadenken geeft veel vrijheid. Nu kom je er bij de koffiemachine achter dat je voor het efficiënt scheiden van koolmonoxide (CO) en stikstof misschien wat nauwkeuriger moet kijken naar waarom CO zich zo goed bindt aan hemoglobine in het bloed.”

“Ik denk dat ik zelf het meest heb geleerd van de grote projecten, zoals Power-to-Products. Daarin gaat het over de grote vragen: systeemintegratie, hoe ga ik om met waterstof en koolstof, met CO2-opslag, met netten, met circulariteit? Met welke toepassingen in mijn eigen systeem maak ik de meeste impact?”

Potentieel

Er is een groot potentieel voor innovatie in de industrie, concludeert Biesheuvel. “De industrie leunt al dertig, veertig jaar op dezelfde processen. Er is vooral veel geïnvesteerd in incrementele verbeteringen en optimalisatie, maar veel minder in doorbraaktechnologie. De aanvullende eis om CO2 neutraal te worden maakt dat wel nodig. In de Grote Twaalf, die zorgen voor 75% van de industriële uitstoot, gaat het ook om een beperkt aantal producten: staal, olefinen, raffinage, waterstof en kunstmest—eigenlijk ook waterstof, dus. Dat is relatief overzichtelijk. De andere 25%, dat is pas divers.”

 “Er is in de industrie vooral veel geïnvesteerd in incrementele verbeteringen en optimalisatie, maar veel minder in doorbraaktechnologie”

En innovatie is niet eenvoudig. “De boardrooms zijn defensief, zij willen 200% zeker weten dat iets werkt. De installaties zijn zeer kapitaalsintensief. Ze moeten daarom betrouwbaar, continue en vele jaren draaien om rendabel te zijn. De kans voor radicale veranderingen krijg je dus maar zelden en dan zit je er weer decennia aan vast.”
De huidige systematiek voor subsidiëren lost dat probleem niet op. “We maken vaak de fout om specifieke technologieën te ondersteunen, bijvoorbeeld in de SDE++ tenderregeling. Maar elk bedrijf zoekt de innovaties voor de eigen applicaties. Bedrijven kunnen voor hun eigen proces gaan shoppen in al die vernieuwingen, maar die zijn vaak te divers om daarvan de ontwikkeling te kunnen volgen. Ik pleit ervoor om de risico’s voor innoverende bedrijven beter af te dekken, en dat is breder dan alleen rekenen in euro’s per ton CO2.”

Het volgende interview verschijnt op 15 juli met Jaap Vente, Roadmap Manager CO2-neutrale industrie bij TNO, partner in network efficiency en circulair industrie.