Instrument Transitiepaden Klimaatakkoord: Hoe toepasbaar is het in de praktijk?

Nieuwsbericht |
Human Capital Agenda
Topsector Algemeen
|
.

Er is een groot tekort aan (technisch) personeel in de energiesector. Hoe gaan we hiermee om? Onderzoeksbureau Centerdata deed hiervoor een verkenning. Daarin zijn de overstapmogelijkheden in kaart gebracht vanuit andere sectoren. Het onderzoek is gedaan in opdracht van de Human Capital Agenda Topsectoren

Hiervoor ontwikkelde Centerdata het instrument Transitiepaden Klimaatakkoord. Adviesbureau Berenschot testte het instrument in een pilot bij stakeholders in het onderwijs, beleid en het bedrijfsleven. Wat vinden zij van het instrument? We vragen het 3 professionals werkzaam in deze sectoren.

Je zou de link wellicht niet snel maken, maar het beroep van een kleermaker vertoont grote overeenkomsten met dat van een elektromonteur. En ook een vliegtuigmonteur of geluids- en lichttechnici kunnen prima de overstap maken naar een beroep in de energiesector. Met dit soort matches laat het instrument Transitiepaden Klimaatakkoord haarfijn zien in welke sectoren gezocht kan worden om het tekort aan personeel in de energiesector aan te vullen. En dat is nodig, want alleen met voldoende technisch professionals kunnen we van de energietransitie een succes maken.

Scherp beeld van vaardigheden, competenties en kennis

Het instrument geeft een scherp beeld van de vaardigheden, competenties en kennis die nodig zijn om een overstap te maken naar een krapteberoep in de energiesector. Maar in hoeverre kan dit instrument ook in de praktijk ingezet worden voor het personele vraagstuk van de energiesector? Om die vraag te beantwoorden, toetste Berenschot het instrument in een pilot in Groningen en Noord-Brabant.

Beroepsgroepen en sectoren

Projectondersteuner Mein Bish testte het instrument namens de SER Noord-Nederland. Ze is onder de indruk van de gedetailleerde data die het instrument bevat. ‘Je kunt echt per functie kijken hoe het zit.’ Al kan dit volgens haar ook een uitdaging zijn als het gaat om beleid. ‘Als je beleid gaat maken, doe je dat op de grote lijnen. Dan heb je het eerder over beroepsgroepen of zelfs sectoren in plaats van functies.’ Wat dat betreft zou het volgens Bish mooi zijn als het instrument ook data bevat op die niveaus. Bish: ‘Zo kun je heel duidelijk aangeven in welke beroepsgroep een tekort gaat ontstaan en welke beroepsgroepen een goede kans geven om die krapte op te vullen.’
In tweede instantie kan de gedetailleerde informatie wel van waarde zijn voor beleid, aldus Bish. ‘Heb je eenmaal zulke trends ontdekt, dan kun je de gedetailleerde data gebruiken om na te gaan waar exact de kansen liggen om daar vervolgens actie op ondernemen. Dat is een groot voordeel, want waar je normaal gesproken nog verdiepend onderzoek moet doen, kun je nu gelijk de details inzien.’

Maatwerk bieden versus generiek programma

‘Een heel uitgebreid vehicle’, noemt Rob de Vrind het instrument. De Vrind is Duurzaamheidscoördinator bij het Koning Willem I College. ‘Er staan heel veel beroepen en competenties in’, vervolgt hij. ‘En het geeft een goed beeld waar de hiaten zitten als het op onderwijs aankomt. Het is vervolgens aan het onderwijs om hier maatwerk op aan te bieden.’ Al zitten daar volgens de Vrind nog wel de nodige haken en ogen aan. ‘Maatwerk bieden in het onderwijs blijft lastig, omdat je te maken hebt met studenten die allemaal een andere achtergrond hebben. Dat maakt dat je een generiek programma moet opstellen. Bovendien geeft het systeem kennishiaten aan op hele specifieke vaardigheden. Wij leren leerlingen vooral algemene vaardigheden. Daarbij zal de student toch eerst moeten laten zien dat hij of zij de vaardigheden bezit, zoals in de database staat aangegeven. Ook dat kan per individu verschillen.’

Volgens de Vrind zouden de data dan ook vooral geschikt kunnen zijn voor privé-instituten en bedrijfsopleidingen die opleiden voor specifieke kennis en vaardigheden. ‘Voor ons onderwijs is het wel mooi dat de database laat zien waar je toe opleidt, welke competenties je allemaal aanleert en waar de verschillen liggen met andere beroepen.’

Motivatie en juiste instelling

En wat zou de meerwaarde van het instrument Transitiepaden Klimaatakkoord kunnen zijn voor HR-professionals en recruiters? ‘Het kan ons helpen bij het opstellen van een zo’n breed mogelijke vacaturetekst’, begint Aukje Boer te vertellen. Boer is Hoofd M&O bij Koninklijke Oosterhof Holman. ‘Zo kan het instrument ons inzicht geven te zoeken in beroepsgroepen waar je in eerste instantie niet zo snel aan dacht.’

Om dat optimaal te maken, zal het instrument volgens Boer nog wel aangevuld moeten worden met de nodige data. Boer: ‘We zijn altijd op zoek naar het schaap met de vijf poten. Maar de realiteit leert ons dat dat er niet is. We willen daarom steeds meer vanuit het nieuwe werven aan de slag. Kennis en diploma’s vormen daarbij een minder belangrijk criterium. Het belangrijkste is vooral de motivatie/ de juiste instelling. Het zou mooi zijn als we dat soort data uiteindelijk ook kunnen terugvinden in het instrument.’

En een ander belangrijk aanbeveling: ‘Neem ook de geografische spreiding mee. Als je eenmaal weet in welke sectoren je moet zoeken om te werven, dan is het fijn als je ook weet waar geografisch gezien deze sector oververtegenwoordigd is. Zo kun je gericht werven.’

Aan de slag

Het is duidelijk. De basis is mooi, maar er zijn nog genoeg concrete tips en aangrijpingspunten voor Centerdata om mee aan de slag te gaan. Input waarmee het onderzoeksbureau het instrument op gebruik kan verbeteren en beter toepasbaar kan maken. Dat gaat ook gebeuren, want de pilots zijn inmiddels afgerond en alle feedback verzameld. En daarmee is het instrument klaar voor de volgende fase. Volgend jaar voorjaar zal het prototype van het instrument getest worden met meer gebruikers. Heb je interesse om hieraan deel te nemen? Neem contact op met Jade Tjiong via jade.tjiong@rvo.nl.

Meer informatie