Hoe krijg je 190.000 bedrijven in de bouw aan het innoveren?

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
TKI Urban Energy
|
maurice hanegraaf

Topsector Energie in gesprek met Maurice Hanegraaf en Huub Keizers. Zij werken bij TNO beiden aan onderzoekprogramma’s voor energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving. Maurice zit daarbij vooral aan de ‘systeemkant’ van de collectieve warmtenetwerken, inclusief geothermie en grootschalige opslag. Huub houdt zich vooral bezig met gebouwen zelf, zoals herontwerp van bouwprocessen, gebruik van ICT en data, zonne-energie, warmteopslag in huis of utiliteit. TNO is een centrale partner in het kennisnetwerk Efficiency Gebouwde Omgeving, met deelname aan zo’n 35 projecten.

Collectieve warmtesystemen en warmtesystemen in gebouwen zijn niet van elkaar los te zien. Het zijn twee kanten van één medaille, ook binnen TNO. Maurice Hanegraaf en Huub Keizers zijn specialist in die verschillende sectoren, en ontmoeten elkaar minimaal maandelijks. Dat moet, om de ontwikkelingen op systeem- en gebouwniveau naast elkaar te kunnen leggen, en ook te vergelijken met die op andere gebieden, zoals slimme en flexibele energienetwerken. Hanegraaf: “Vragen op gebouwniveau moeten we direct ook meewegen op systeemniveau. Gaan we all-electric, welke warmtevoorziening hoort daarbij, of kiezen we toch voor een collectieve oplossing?” Huub Keizers ziet die integratie ook in de Topsector, “over de verschillende sectoren heen. Waar we voorheen met een paar clubs rondom TNO samenwerkten, heeft de Topsector met allerlei innovaties mede de kiem gelegd voor het denken in systemen en bouwconcepten, industrieel bouwen, in de volledige breedte van de bouwsector.”

Keizers: “De Topsector heeft mede de kiem gelegd voor het denken in systemen en bouwconcepten, industrieel bouwen, in de volledige breedte van de bouwsector”

 

Uitdaging

Dat is hard nodig, zeggen beiden, want de uitdaging voor een duurzame warmtevoorziening in de gebouwde omgeving is enorm. Bijvoorbeeld: 1,5 bestaande miljoen woningen moeten al voor 2030 van het aardgas af en anders worden verwarmd. Het aantal huizen dat is aangesloten op warmtenetten moet groeien van 400.000 nu tot 1,2 miljoen in 2030. De rest, dus zo’n 6 miljoen woningen, komt in de twintig jaar daarna aan de beurt. Hanegraaf: “Daar kom je niet als we in het huidige tempo doorgaan.”

Zowel Hanegraaf als Keizers wijst erop dat de activiteiten onder de Topsector mede basis waren voor grotere samenwerkingsverbanden tussen kennisinstellingen, universiteiten, overheden en de bouwsector. Keizers: “Op gebouwniveau komen heel veel zaken samen in het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC), waar ontwerp-, bouw- en techniekbedrijven kennis uitwisselen met kennisinstellingen,  en universiteiten en overheden. We werken samen werken aan innovatieve oplossingen, standaarden en normen. Wat mij betreft is dat ook de belangrijkste prestatie van de Topsector op dit gebied: samenwerken, agenda’s afstemmen, invullen waar we naartoe gaan. Dat werkt goed in allerlei innovaties. En dat moet nu nog een niveau verder worden gebracht, richting grootschalige projecten, opschaling en implementatie.”

Pilots

Hanegraaf heeft ook voorbeelden: “De HTO pilot bij ECW Middenmeer, Warming Up, en de proefboringen naar aardwarmte in de regio’s Utrecht en Zwolle zijn projecten waar we met veel verschillende partijen samenwerken.” Keizers vult aan: “Grootschalige warmtepilots doen we met soms 15 tot 20 partijen. Dat zijn mooie voorbeelden aan de hele bouwsector, die wel 170.000 bedrijven groot is. Delen van informatie is dan dus cruciaal.”

Het is voor TNO, zeggen beiden, een uitdaging om continuïteit te houden in de samenwerking met een grote verscheidenheid aan bedrijven in de bouwsector. Hanegraaf: “Eigenlijk is dat mijn dagelijkse werk: ‘treintjes’ opzetten waardoor innovaties van prille ontwikkeling meer richting toepassing worden door-ontwikkeld.” Dat kan alleen door samenwerking met de markt, vindt hij: “Wij werken in 90% van de projecten samen met marktpartijen, dus ook in onze eigen projecten die we uit de basisfinanciering betalen. Daarbij maken we gebruik van verschillende subsidieregelingen, want die zijn soms nogal versnipperd.” Keizers kampt met datzelfde probleem: “Het gaat om NWO-financiering, EU, Invest-NL, en alles wat daar tussenin zit. Als je die niet goed schakelt loop je het risico op een gat, en kan je zomaar essentiële bouw- of installatiebedrijven in de samenwerking kwijtraken. Wij kijken soms wel vijf of zes jaar vooruit, maar een bedrijf wil over een half jaar iets hebben. Maar die continuïteit is natuurlijk ook onze rol, als kennisinstelling.”

Kennis delen

Kennis delen onder 190.000 bedrijven is een grote uitdaging. Maar Hanegraaf en Keizers hebben reden tot optimisme. Acht jaar Topsector heeft veel verbetering gebracht, zegt Keizers: “We doen nu veel meer in gezamenlijkheid met de markt, met de hele bouwkolom en je ziet dat niet alleen de grote bedrijven meedoen, maar ook veel kleinere mkb’ers.” Hanegraaf: “Ook in geothermie zie ik een versnelling. Beleidmakers die werken aan de regionale energiestrategieën kunnen, mede dankzij werk dat onder de Topsector is gedaan, nu beter inschatten welk potentieel de diepe ondergrond kan hebben voor de productie van warmte voor de gebouwde omgeving. Deze informatie is publiek beschikbaar” (via www.NLOG.nl en www.thermogis.nl).

Hard beleid

Voorwaarde voor een voorspoedige energietransitie in de gebouwde omgeving vinden de TNO’ers dat de overheid met zijn beleid gelijke tred houdt met de innovatie. Keizers: “De bedrijven moeten zekerheden hebben. Gaat de overheid die energietransitie waarmaken? Kijk naar de Renovatieversneller: als bedrijven zien dat dit waarheid gaat worden en dat het beleid keihard is, gaan ze meedoen om in consortia de ontbrekende kennis en methodes ontwikkelen. Dan gaan ze ook de opgedane kennis breed delen, via het BTIC en de Topsectoren. Maar dan moet er wel een winstmodel op zitten. En voor de bewoners, tenslotte de eindgebruiker: niet alle kosten mogen bij hen terechtkomen. In de eerste jaren zal het streven naar ‘woonlastenneutraal’ niet worden gehaald. Als er een onrendabele top is om je huis op een andere manier te verwarmen, moet de bijdrage van zo’n klimaatneutraal huis aan het hele energiesysteem ook de juiste waarde krijgen.”

Hanegraaf: “Ik zie nog geen versnelling in de aanleg van warmtenetwerken en geothermieprojecten. De energietransitie is niet zozeer een technologische uitdaging, maar ook een institutionele”

Hanegraaf is er niet gerust op: “Ik zie nog geen versnelling in de aanleg van warmtenetwerken en geothermieprojecten. De energietransitie is niet zozeer een technologische uitdaging, maar ook een institutionele. Het meewegen van alle belangen en betrekken van de omgeving zijn belangrijke randvoorwaarden om de klimaatambities te realiseren.” Keizers wijst op het belang van de overheid als regisseur: “Die sociale component is heel belangrijk. Pas als je alle stakeholders—inclusief bewoners—mee hebt kan je een integrale afweging maken: over boven-, ondergrond, mijnbouwwet, omgevingswet, enzovoort.”

Het volgende interview verschijnt op 7 juni met Herman Klein Teeselink (directeur HoST), partner in het BBE+ netwerk.