Energieblog: De energietransitie: centrale regie, of toch liever veel autonomie?

Nieuwsbericht |
TKI Urban Energy
|
.

Door Mart van Bracht, Director Programma System Integration bij Topsector Energie.

De energietransitie is een veelkoppig monster. De overgang van een fossiel naar een duurzaam systeem vereist nieuwe visies, systeemaanpassingen, technologische doorbraken, nieuwe business modellen en sociale innovaties. In een serie van zes blogs belichten de experts van Topsector Energie verschillende aspecten van de energietransitie. Deel 2: een nieuw besturings- en ordeningmodel voor de energiesector.

Het zal niemand zijn ontgaan dat de energietransitie nu echt op gang komt. De verduurzaming van onze energievoorziening wordt meer en meer zichtbaar. Elke dag wordt het duidelijker dat we te maken hebben met een transformatie met een ongekende impact en dat de bestaande wijze waarop wij onze energievoorziening regelen niet meer werkt. Dit is bijvoorbeeld direct zichtbaar bij het elektriciteitssysteem dat in grote delen van het land vol zit en overbelast raakt. Wie even verder kijkt naar alle plannen die nu worden ontwikkeld (dat zijn er duizenden) kan niet anders dan concluderen dat dit pas het topje van een ijsberg is en dat er, als we niets doen, een catastrofe dreigt; een onbetrouwbare, onveilige en zeer kostbare energievoorziening.  Het is dan ook begrijpelijk dat de roep naar centrale regie door het Rijk aanzwelt. Zie hiervoor de vele publicaties in kranten, niet alleen in de wetenschappelijke bijlages maar in  hoofdredactionele commentaren.

Daar staat echter een diametraal andere trend tegenover. Steeds meer burgers, wijken, bedrijven, bedrijventerreinen en regio’s willen meer vrijheid en meer autonomie om de energietransitie en de energievoorziening op eigen wijze op te pakken. Op zich zelf is dit een positief proces. Het vergroot de noodzakelijke betrokkenheid van burgers, bedrijven en lagere overheden en het vergroot de productiecapaciteit van duurzame energie (gedistribueerde bronnen) die we hard nodig hebben. Bovendien bieden deze initiatieven en ambities mogelijkheden om lokaal opgewekte energie lokaal te gebruiken, waardoor kostbare investeringen in infrastructuur beperkt kunnen worden en dreigende ‘verstoppingen’ van het energiesysteem kunnen worden voorkomen. Tenslotte zorgt dit alles voor nieuwe bedrijvigheid en ‘groene’ banen.

Kortom we hebben hier te maken met een ingewikkelde paradox, want eigenlijk willen we centrale regie én autonomie. Hoe moeten we deze schijnbaar onoverbrugbare paradox managen?  

Wie zich verdiept in de wetenschap van systeemtheorie ontdekt dat voor deze situaties een zogenoemd ‘holarchisch’ model bestaat. Dit idee is in 1967 door een Hongaarse wetenschapper, Arthur Koestler,  bedacht. Wie dit onderwerp ‘googlet’ ziet dat het populair is bij managementvraagstukken, denk hierbij bijvoorbeeld aan zelfsturende teams. Zij past echter ook bij een energiesysteem waar we centrale regie en autonomie willen verenigen. Een holarchie bestaat uit een hiërarchie van zogenoemde ‘holonen’. Holonen zijn zelfstandige eenheden die een zekere mate van autonomie hebben, maar tegelijkertijd onderhevig zijn aan controle en sturing van holonen op hogere niveaus.  Je zou een energiesysteem op deze wijze kunnen ordenen. We beleggen hierbij getrapt, dus op verschillende schaalniveaus, verantwoordelijkheden en autonomie.  Bijvoorbeeld op nationaal niveau, op regionaal niveau, lokaal niveau tot op het niveau van een gebouw. Elk niveau krijgt duidelijke kaders voor wat wel en niet mag of kan. Een indeling in holons is afgestemd op logische combinaties van vraag en aanbod van energie, op verschillende schaalniveaus. Uiteraard ligt het voor de hand hierbij waar mogelijk aan te sluiten bij reeds bestaande administratieve grenzen. Het kan echter zijn dat bij ontwerp van dit systeem nieuwe eenheden nuttig lijken, of reeds bestaande, denk hierbij aan het geven van nieuwe bevoegdheden en handelingsperspectieven aan RES-plannen. Deze aanpak belegd verantwoordelijkheden op het juiste niveau en geeft iedereen duidelijkheid over wat wel en niet kan. Dit zorgt voor een versnelling van de energietransitie en een versterkt het maatschappelijk draagvlak.

Ik ben me bewust van het feit dat deze aanpak een grote breuk is met het huidige besturingsmodel, met een infrastructuur in publieke handen, waarbij de markt vraag en aanbod reguleert en dat taken en bevoegdheden van organisaties, overheden en bedrijven fors kunnen veranderen, inclusief regel- en wetgeving. Dit is echter onontkoombaar. We hebben een grote stap gezet door ons energiesysteem revolutionair te veranderen. Het wordt nu tijd om dit ook te doen met ons ordenings- en besturingsmodel. Graag snel, de energietransitie is niet te stoppen en gaat sneller als we denken.  

Mart van Bracht is Director Programma System Integration bij Topsector Energie.

Change.inc.