“Digitalisering is de context voor een inclusieve energietransitie”

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
Digitalisering
|
.

Topsector Energie in gesprek met Socrates Schouten. Hij is programmahoofd bij Waag, onderzoeksinstelling op het kruispunt van kunst, wetenschap en technologie. Hij onderzoekt de sociale en culturele invloed van nieuwe technologieën zoals voor de energietransitie, met een focus op digitalisering. Met de Topsector Energie werkte hij samen op gebieden zoals de slimme meter, infrastructuur voor laadpalen en dataverzameling voor micro smart grids.

Waar het leven van mensen in de economie of de energievoorziening afhankelijker wordt van digitalisering, gegevens en algoritmes is Socrates Schouten alert. “Wat is daarin de zeggenschap van mensen, met hun elektrische auto’s, hun zonnepanelen, hun slimme meters? Krijgen zij een actieve rol, zijn ze meer dan een verzameling gegevens? Dat zijn voor ons als Waag relevante vragen, die wij proberen te beantwoorden vanuit onze basiswaarden: open, fair en inclusief.”

Naar decentraal

De energievoorziening in Nederland heeft nog altijd een zwaar ‘centralistisch’ karakter, met centrales, hoofdspannings- en distributienetten. Maar via bijvoorbeeld slimme lokale netten, pv-panelen op het dak of coöperaties van buurtgenoten voor de opwekking en verkoop van elektriciteit wordt de decentrale component sterker. “Er zitten best parallellen met de ontwikkeling van het internet. Dat begon als een verzameling decentrale platformen. Maar internet heeft zich ontwikkeld tot een plek waar grote partijen als Google en Facebook dominant zijn, die handelen in gegevens. Natuurlijk zijn er ook verschillen, want energie is iets anders dan content. Maar wat met het internet gebeurde, dat willen we zeker niet herhalen in de energietransitie.”

“De slimme meter is niet alleen een speeltje van het energiebedrijf”

Schoutens onderzoek voor de topsector strekt verder dan het beschermen van de burgerrechten of de privacy. “Het gaat ook over verdienmodellen voor nieuwe technologie. Bedrijven en aanbieders pakken dat al op, maar dat mag geen eenzijdige ontwikkeling zijn. De slimme meter is niet alleen een speeltje van het energiebedrijf. Alleen zijn de kaders voor de publieke en collectieve belangen in de energietransitie veel minder ver ontwikkeld. Dat is een van onze belangrijke onderzoeksonderwerpen: hoe gaat het totale ecosysteem eruitzien, wie speelt welke rol? En welke technische architectuur is geschikt om op deze publieke waarden voor te sorteren?”

Die rolverdeling is een pril onderwerp in het energie-innovatiebeleid, constateert Schouten. “Gelukkig zie ik dat het debat over dat ecosysteem de laatste jaren is gekanteld. Men ziet nu het belang beter. Dat komt ongetwijfeld door de maatschappelijke debatten over bijvoorbeeld taxibedrijf Uber, AirBnB en de invloed van Cambridge Analytica op de Amerikaanse verkiezingen van 2016. Ik ben wat optimistischer over onze digitale toekomst nu ook de Tweede Kamer zelf extra aandacht aan het onderwerp besteedt.”

De Topsector Energie zette digitalisering als onderwerp op de agenda en betrok Waag erbij. “Ik merk nu dat het onderwerp in allerlei innovatienetwerken speelt. Energiebedrijven, netwerkbeheerders en andere stakeholders hebben zich sinds 2018 verzameld in de ‘Club van Wageningen’. Daarin wisselen we de goede ideeën uit over bijvoorbeeld de technische eisen die we willen stellen aan applicaties of netwerken om ‘fair en inclusief’ te zijn, zodat de energietransitie iedereen meeneemt. Het debat is nog jong, maar er is een begin van een vermoeden hoe we dat moeten organiseren.”

“Er is nu nog geen centrale plek waar al deze ontwikkelingen bijeenkomen; de publieke waarden blijven ondergeschikt”

De Topsector Energie zou hierin een centrale regie kunnen oppakken, suggereert Schouten. “Er is nu nog geen centrale plek waar al deze ontwikkelingen bijeenkomen. De publieke waarden blijven ondergeschikt bij de belangen van een competitieve markt. Kijk naar het Nationale Groeifonds: er gaat geen cent naar energiecorporaties of andere non-profit initiatieven! Maar nogmaals: we beginnen in te zien dat de vrije markt niet zaligmakend is. Er ontstaat ruimte voor innovatiestappen, zowel technisch bij universiteiten en start-ups, als in de marktordening: het verbeteren van de positie van coöperaties, social enterprises en non-profit. De Topsector kan dat een zetje geven.”

Show, don’t tell

Deze wat meer filosofische houding ten opzichte van de veranderingen in de energietransitie wil Socrates Schouten de komende jaren graag meer gestalte geven in praktische projecten. “Show, don’t tell! De boodschap moet wel steeds verteld worden aan de politiek en de beleidsmakers, maar het krachtigst is toch als je kan laten zien hoe je het beste werkt vanuit de driehoek markt-overheid-zelfopwekkers. Een mooi voorbeeld is het softwarepakket Econobis dat door EnergieSamen is ontwikkeld: een systeem voor energiecoöperaties zodat niet elke coöperatie zelf op een Excelsheet zijn administratie hoeft te doen. Of een ander voorbeeld: over vijf jaar hebben we heel veel meer mensen die zelf opwekken, in micro-smart grids zitten, batterijen hebben, elektrische auto’s. Dus zullen we nu moeten kijken welke systemen we nodig hebben om teruglevering aan het net in balans te brengen met bijvoorbeeld een buurtbatterij. Nu moeten we de data uitwisselen over de batterijen en hun prestaties, om als kleine deelnemer of innovator in de energietransitie opgewassen te zijn tegen de grote bedrijven. Die zullen toch andere keuzes maken.”

“Het krachtigst is toch als je kan laten zien hoe je het beste werkt vanuit de driehoek markt-overheid-zelfopwekkers”

“Dit type analyses is nu nog voor de fijnproevers, de voorhoede, de pioniers, maar die zitten ook bij grote netwerkbeheerders of energiebedrijven. De financiers voor dit type onderzoek zijn er ook, bijvoorbeeld de EU, particuliere fondsen, het ministerie van OCW, andere overheden. We zitten ook aan tafel bij de verschillende kennisnetwerken.” Digitalisering is belangrijk voor het creëren van een open speelveld waar ook de kleintjes tot hun recht komen, vindt Schouten. “Digitalisering is niet de sleutel, maar wel de context waarin we de diensten, markten en businessmodellen moeten zien te ontwikkelen, op een inclusieve manier.”