“De kennisdeling van sociale innovatie blijft doorgaan”

Nieuwsbericht |
Topsector Energie in gesprek
Maatschappelijk verantwoord innoveren energie
|
laura hoogwerf

Topsector Energie in gesprek met Laura Hoogwerf. Zij is business developer bij TNO, voorheen ECN. Binnen het netwerk Maatschappelijk Verantwoord Innoveren namen ECN en TNO een centrale plaats in bij een tiental projecten.

Misschien wel de belangrijkste verworvenheid van acht jaar Topsector in het domein van Maatschappelijk Verantwoord Innoveren? “Onze kennis op het vlak van de sociale innovatie binnen de energietransitie is verder ontwikkeld. Daarnaast hebben wij veel nieuwe contacten kunnen leggen met samenwerkingspartners,” zegt Laura Hoogwerf.  “De kennis die is opgedaan binnen het MVI-Energie programma heeft de kennisbasis van ECN en TNO verdiept en verbreed, in de huidige programma’s gaat TNO daarmee verder.”

Buitenwereld

De Topsector Energie heeft het cluster sociale innovatie bij TNO veel gebracht, vindt Hoogwerf. “We doen natuurlijk al heel lang Beleidsstudies, gericht op techno-economisch onderzoek en sociaaleconomisch onderzoek. Door het MVI-Energie programma hebben wij onze kennis op sociaaleconomisch vlak nog meer kunnen boosten. Wij hebben veel met en van onze samenwerkingspartners uit de verschillende MVI-Energie projecten geleerd en ontwikkeld. Met veel partijen uit de praktijk van de energietransitie werken wij samen: woningcorporaties, verenigingen van eigenaren, gemeenten, industrie, bouwbedrijven, beheerders van bedrijvenparken, enzovoort. Die samenwerking verdiept en verbreedt onze kennis. Het is jammer dat het MVI-programma als zodanig niet meer bestaat. Dat maakt het nu moeilijker om de maatschappelijke aspecten van de energietransitie te onderzoeken in projecten binnen een TKI (Topconsortium voor Kennis en Innovatie, red). Terwijl het nu nog duidelijker is geworden dan vroeger dat sociale innovatie aspecten minstens zo belangrijk zijn als technische innovatie.”

“Samenwerken met woningcorporaties, VVE’s, gemeenten, industrie, bouwbedrijven, beheerders van bedrijvenparken, enzovoort verdiept en verbreedt onze kennis”

Dat geldt op het gebied van woningen en gebouwen, dus rond thema’s zoals ‘Van het aardgas af’. Maar de sociale innovatie gaat ook over de procesindustrie. “Daar hebben we bijvoorbeeld een project gedaan, Green Wedge, rondom de vraag: Hoe kun je klantrelaties benutten en nieuwe proposities ontwikkelen om toe te werken naar een groener productieproces en een hogere energie-efficiëntie? Hoe werk je daarin samen met partners en toeleveranciers, hoe worden beslissingen genomen? Na afloop van zulk Topsector-werk bouwen we voort op de resultaten, bijvoorbeeld in Europees verband. In die langlopende relaties met partners leren we enorm veel van elkaar.”

Resultaten

Sociale innovatie wordt alom wel gezien als noodzakelijk om nieuwe technologieën sneller hun weg te laten vinden, vindt Hoogwerf. “Het MVI-werk agendeert de maatschappelijke barrières voor de energietransitie in het algemeen en ook voor (nieuwe) technologieën en leidt tot oplossingen om barrières weg te nemen.  De sociale innovatie leidt ook tot tastbare resultaten. Zo schrijven we essays, maken we toolkits en snelstartgidsen, waarmee projectpartners en anderen aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld om lokale initiatieven te helpen bij het verduurzamen van hun wijk of dorp, of een bedrijvenpark te verduurzamen. Die tools worden ook toegepast. Het geeft bijvoorbeeld bouwbedrijven, gemeenten en ingenieurs handvatten over de succesfactoren voor het verduurzamen van bestaande gebouwen. Een belangrijke succesfactor bij renovatie van bestaande bouw is het gedrag van woningeigenaren, huurders en partijen in de bouwsector. Inzicht in gedragsprocessen leidt tot een versnelling van een transitie naar een energie neutrale gebouwde omgeving.”

En tegelijk is het toepassen van de sociaalwetenschappelijke kennis voor versnelling van de energietransitie behoorlijk ingewikkeld, zegt Hoogwerf. “Elke bewoner is uniek, hoe ga je daarmee om? De koplopers hebben dat al behoorlijk goed door en helpen bewoners van bestaande woningen om hun huis anders te verwarmen. Maar we staan voor een enorme opgave. Hoe krijg je iedereen mee, zowel in nieuwbouw als in bestaande woningen? De leercurve is steil en opschaling is hard nodig. Méér kennisuitwisseling, méér samenwerken, en onze focus binnen MVI is goed aangesloten op de praktijk. Dat stimuleert de energietransitie.”

Geïntegreerd

Sociaalwetenschappelijk onderzoek wordt meer en meer geïntegreerd in energie-innovatie, vindt Hoogwerf. “Onze rol is aanzienlijk. Techniek en sociale innovatie, zoals gedrag van eindgebruikers en kennis over hoe duurzame (investerings)beslissingen worden genomen zijn beide onontbeerlijk. Daarnaast is sociale innovatie in algemene zin nodig, bijvoorbeeld op thema’s waar niet één probleemeigenaar is, of met een brede maatschappelijke component. Neem energie-armoede. Gemeentes, netbeheerders, corporaties, ze hebben te maken met energie-armoede. Een gezamenlijke en geïntegreerde aanpak is daarvoor belangrijk. ”

Hoogwerf ziet het belang van sociaalwetenschappelijk onderzoek nog wel een tijdje toenemen. “De energietransitie vraagt iets van iedereen. Maar wie heeft nou ‘isoleren van mijn huis’ op zijn bucketlist staan? Het gaat om handelingsperspectief; iedereen moet er wat mee kunnen. Het moet makkelijk en aantrekkelijk zijn.

“De energietransitie vraagt iets van iedereen. Maar wie heeft nou ‘isoleren van mijn huis’ op zijn bucketlist staan? Het gaat om handelingsperspectief; iedereen moet er wat mee kunnen”

Participatie van burgers en bedrijven in dit soort processen, zoals in van het aardgas af van woningen en utiliteit, en het verduurzamen van de industrie en andere thema’s krijgt ook een steeds grotere rol. Dat vraagt om grote veranderingen in hoe schakels in de keten werken. Business as usual blijft zich steeds weer ontwikkelen naar het duurzamere nieuwe normaal. Die andere duurzame business case bestaat ook wel, maar hoe spreek je mensen en bedrijven daarmee aan?”

Steiler

Hoogwerf ziet in de komende vijf á tien jaar graag dat veel meer partijen aan de slag gaan met die sociale innovatie. “De kennisdeling blijft doorgaan. Het gaat steeds om de vraag: Wat kunnen mensen en bedrijven nou doen om de energietransitie verder te brengen? Ik hoop wel dat we veel meer kennis gaan uitwisselen over deze componenten, over de verschillende domeinen heen. Dus niet alleen in de gebouwde omgeving, maar ook in de industrie en bij inpassing van hernieuwbare energie. Planmatig, en met de schouders eronder, want hoe dan ook: het blijft allemaal mensenwerk. Tot slot heb ik nog een wens voor de toekomst: de oprichting van een TKI Sociale Innovatie om het onderzoek naar maatschappelijke aspecten van de energietransitie nog verder te brengen.”

Het volgende interview verschijnt op 1 juli met Marinika Knoef werkt bij OOF (Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen voor energie, kabel&telecom en afval&milieubedrijven (ofwel grondstoffen, energie en omgeving, ‘geo’)).