"De grote innovaties vinden vaak plaats op de grensvlakken"

Nieuwsbericht |
TKI Nieuw Gas
|
Barthold Schroot

Topsector Energie in gesprek met Barthold Schroot, programmamanager Advies & Innovatie bij EBN. Dat is de partner in veel projecten in de programmalijn Geo-energie onder de TKI Nieuw Gas van de Topsector Energie. EBN is 100% in eigendom van de overheid en investeert van oudsher mee in energiewinning (gas, olie).

Het EBN stuurt in die rol sinds 2012 ook op innovatie van de sector. In de laatste jaren groeit ook de rol van EBN in andere energie-innovaties met een sterke component in de ondergrond, zoals CO2-opslag en aardwarmte.

Kleine velden

Sinds decennia is het overheidsbeleid om de winning van aardgas uit kleine velden te stimuleren — eerst aanvullend op, maar nu in plaats van winning uit het Groningenveld. Voor EBN is dat altijd de leidraad geweest in het werk onder de topsector. Dat werk zit ‘upstream’, dus bij de winning van aardgas. Barthold Schroot: “Méér aardgas uit kleine velden is natuurlijk direct in het belang van de overheid, want de revenuen daaruit gaan voor een groot deel naar de Staat. Binnen TKI-Gas is het thema Upstream Gas, later Geo-Energy, een zeer succesvolle programmalijn. Dat komt niet op de laatste plaats doordat de industrie relatief veel mee-investeerde.”

Dat betaalde zich terug met extra aardgaswinning, dus geld voor zowel de gasindustrie als de overheid. “We hebben veel innovaties gerealiseerd. Het begon in 2012 met het opstellen van een aantal innovatie-roadmaps. Achteraf is dat een hele goede keuze geweest. In zo’n structuur formuleer je de goede onderzoeksvragen. Ook maakten we een goede taakverdeling: wie zit er met welk belang in, wie betaalt mee, wie gaan werken aan welke onderzoeksvragen? Dat stelde ons in staat om systematisch aan innovaties te werken. Binnen zo’n programma is best plaats voor onverwachte ontdekkingen, maar de structuur is leidend.”

“Innovatie-roadmaps geven structuur aan onderzoeksvragen en taakverdeling”

Puttentechnologie

De innovaties zijn onder te verdelen in twee hoofdmoten: verbeterde opsporingsmethoden en betere technologie winning, zoals voor het boren, produceren en sluiten van putten. “We hebben geleerd om nieuwe gebieden te exploreren, zoals in het noordelijke deel van ons deel van de Noordzee. In ons deel van de Noordzee kennen we nu ’meer dan tweehonderd kleine velden. Daar bovenop komt de betere exploitatie van moeilijk draaiende putten. We hebben bijvoorbeeld oplossingen gevonden om het zoutwatergehalte in die putten omlaag te brengen, waardoor minder zout zich in de boorput afzet. Die put kan dan langer openblijven. Méér aardgas, dus. Ook weten we nu beter hoe we putten na de exploitatie beter kunnen afsluiten en veilig kunnen achterlaten.”

Ecosysteem

“Onder TKI Nieuw Gas bestaat er voor Geo-Energy een actief ‘ecosysteem’. Dat bestond voorheen niet. Daarin zitten Nederlandse operators, EBN, TNO en anderen. Ik heb het idee dat vooral de kleinere en middelgrote operators daar veel aan hebben. Die kunnen zich geen grote R&D-projecten veroorloven. Voor hen viel een drempel weg door het organiseren van zo’n consortium. Zij delen daarin ook kennis, liever dan er zelf bovenop te blijven zitten.”
Het grootste succes kwam dankzij die innige samenwerking tot stand: “Omdat we alle gegevens van alle partners bij elkaar konden verzamelen, leidde dat tot nieuwe geologische studies van de ondergrond, met name in onze noordelijke Noordzee. Wat ook hielp is dat mensen in voortgangsvergaderingen vaak gemakkelijk informatie uitwisselden. In zo’n meeting is vertrouwen, mensen praten toch, dat gaat makkelijker dan via de directiekamers. Zo krijg je soms ook kruisbestuiving buiten de officiële paden om.”

Publiek belang

De rol van EBN zelf daarbij was niet onbelangrijk. “Iedere operator zit daar met zijn eigen belang. TNO is een belangrijke centrale speler in dit veld, en speelt eigenlijk een dubbelrol: een coördinerende en een uitvoerende rol. Wij zijn ook bewaker van het publieke belang, dat soms groter is dan al die deelbelangen, namelijk: meer aardgas uit kleine velden. Die verbindende rol hebben we regelmatig moeten spelen. Maar je kunt best structuren ontwerpen waarin je slim omgaat met de deelbelangen. Die overigens vaak berusten op onderling vertrouwen.”

“Wij zijn ook bewaker van het publieke belang, dat soms groter is dan al die deelbelangen”

Een voorbeeld: “Het is in het publiek belang dat kennis over de innovatieve technologieën voor de exploitatie van putten gedeeld wordt. Een operator wil dat niet altijd automatisch. Maar je kunt in contracten wel zorgvuldig vastleggen dat zulke kennis na twee of drie jaar wel openbaar wordt. Dan heeft zo’n partij wel een voorsprong. EBN was de enige in het consortium die daarin bijstuurde.”

EBN bemiddelde dus tussen de ‘technology push’ van TNO en universiteiten en de ‘market pull’ door de operators. “Je zag daar vaak dat de kennisinstellingen het initiatief nemen. Zij maken het onderzoeksvoorstel, de gasmaatschappijen zijn daarin vaak reactief. Maar de meeste innovaties komen toch tot stand op de grensvlakken. Ik kan het niet met cijfers onderbouwen, maar deze structuur heeft zeker geleid tot meer gaswinning.”

Export

De opgebouwde kennis is breder toepasbaar dan alleen op gaswinning in het Nederlandse deel van de Noordzee. “De buren, de Britten, hebben ook belangstelling voor onze kennis. Ook zie ik een groot toepassingsgebied buiten de aardgaswinning. Het is van groot belang dat er een structuur blijft bestaan waarin kennis over de ondergrond samenkomt. Want dat is ook belangrijk voor de winning van aardwarmte uit diepere lagen.”

Het volgende interview verschijnt op 29 april met Chris Spiers, hoogleraar Universiteit Utrecht, partner in netwerk Geo-Gas.